Het nieuwe schoonmaken

Het nieuwe werken

Steeds meer organisaties richten zich op het nieuwe werken – het ondersteunen van medewerkers in tijd- en plaatsonafhankelijk werken. De nadruk van werken komt daarmee meer op de oplevering van het werk te liggen in plaats van op het proces eromheen. Dit betekent dat het kantoorgebouw een andere functie krijgt, wat directe gevolgen heeft voor het schoonhouden van een pand.

Met de komst van het nieuwe werken, zijn organisaties meer gaan sturen op output dan op aanwezigheid. Niet voor niets is het kenmerk van het nieuwe werken tijd- en plaats onafhankelijk werken. Het kantoor is niet alleen een werkplek, maar ook een ontmoetingsplek.

Gebouwactiviteiten veranderen

Het schoonhouden van gebouwen is altijd gericht op de afstemming tussen budget, mate van vervuiling en gewenst kwaliteitsniveau. Maar door de komst van het nieuwe werken, veranderen de activiteiten binnen het gebouw. Samenwerken wordt belangrijker en het concentratiewerk verschuift van kleine kantoorkamers naar thuiswerkplekken.

De mobiele medewerker wordt in staat gesteld om dáár te werken, waar hij het meest productief is. En dat kan onderweg zijn, maar ook in een verloren avonduurtje bij de openhaard. 

Andere mate van vervuiling

Vanuit de schoonmaak moeten we dan ook rekening houden met veranderende activiteiten. Want andere activiteiten vragen een andere aanpak. Het levert een andere mate van vervuiling op, waardoor werkprocessen verstoord kunnen worden. Voor de schoonmaakbranche is het dus van belang om deze ontwikkeling te volgen zodat zij daar op in kan spelen.

De afgelopen jaren is door onderzoek naar bezetting en analyse van activiteiten, goed inzicht te geven in de veranderde werkomgeving. Traditionele werkplekken staan gemiddeld voor 50 procent leeg. Terwijl samenwerken op werkplekken of in groepsruimtes met 15 procent is gestegen in de afgelopen vijf jaar.

Lagere vervuilingsgraad

Steeds meer facility managers gebruiken meetgegevens om dienstverlening af te stemmen op daadwerkelijk gebruik. Zo kun je in minder bezette kantoren af met minder schoonmaakinzet. Puur en alleen op basis van een lagere vervuilingsgraad.

Daar waar samenwerken aantrekt, wordt verstoring door bijvoorbeeld dagschoonmaak als vervelend ervaren. Door de inzet van de juiste hulpmiddelen kan inzicht worden gegeven. Denk maar eens aan cleandeskpolicies, maar ook bezettingsgraadmetingen.

Mobiele medewerker geen eigen plek meer

HNW: Veranderende schoonmaakactiviteitenDe mobiele medewerker geen eigen plek meer, maar maakt hij gebruik van flexplekken. Doordat een medewerker geen ‘eigen’ plek meer heeft voelt hij zich ook minder verantwoordelijk voor zijn werkplek. Juist hierdoor neemt vervuiling toe. En omdat deze werkplekken door meerdere personen gebruikt kunnen worden, heeft de gebruiker sneller het idee dat een werkplek vervuild is.

Mensen moeten eerst de werkplek leegruimen voordat ze aan de slag kunnen. Voor het succesvol invoeren van het nieuwe werken, moet er een gedragsverandering onder de medewerkers plaatsvinden. Medewerkers dienen verantwoordelijker om te gaan met het opruimen en hygiënisch houden van ‘hun’ werkplek. Als het bureau niet leeg is, kan de werkplek niet door een collega worden gebruikt, en kan die ook niet worden schoongemaakt.

Toegevoegde waarde facility management

Facility management is vaak reactief geweest: ‘U vraagt wij draaien.’ De beleving is bovendien vaak dat FM alleen maar geld kost. Het aantonen van toegevoegde waarden is lastig voor een dienstverlener. Zeker omdat de activiteiten zich ook buiten de gefaciliteerde werkomgeving gaan bevinden.

Het werk van de schoonmaakmedewerker verandert ook. Met het nieuwe werken kan een bedrijf vierkante meters besparen, terwijl de intensiteit van het gebruik – net als de verwachting van het kwaliteitsniveau – alleen maar toeneemt.

Kansen schoonmaakdienstverlener

De facility manager worstelt met minder vierkante meters en daarmee het besparen van kosten, tegenover de wens van hogere kwaliteit van dienstverlening. Er zijn dus genoeg kansen voor de schoonmaakdienstverlener om proactief op in te spelen; opnieuw aantonen wat je toegevoegde waarde is en weten wat er speelt bij de klant.

En bovenal inlevingvermogen in ‘de nieuwe medewerker’. Alleen op die manier wordt het voor ons allen mogelijk in partnerschap zaken te blijven doen. Want wie niet verandert, staat stil en doet niet meer mee.

Uit: Professioneel Schoonmaken 9, 2011

Tekst: Vincent le Noble van General Support
Foto’s: Steelcase/Vodafone

Reageren?