Helpt schoonmaak tegen versreiding resitente bacteriën?

Over de Klebsiella - ziekenhuisbacterie

Klebsiella, EHEC, Q-koorts, steeds weer staan de kranten vol over nieuwe ziekten, in en buiten het ziekenhuis. Onvoldoende schoonmaak draagt mogelijk bij aan de verspreiding van sommige van deze nieuwe ziekten, maar het is heel lastig om dat hard te maken.

De Klebsiella-OXA 48 stam heeft flinke sporen nagelaten in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Drie doden uitsluitend door infecties met de bacterie, en nog eens tien slachtoffers waarbij die infectie mogelijk heeft bijgedragen aan het overlijden.

Een directeur, Paul Smits, die het pand schielijk heeft verlaten. Een kostenpost van 7 à 8 miljoen euro voor het ziekenhuis door de maatregelen om de golf aan besmettingen in bedwang te houden en doordat patiënten wegbleven. Gedwongen ontslagen worden inmiddels niet meer uitgesloten.

Gewone bacterie in mond en darmen

En dat door een heel gewone bacterie, die algemeen voorkomt in mond en darmen en op de huid van mensen. We hebben het over Klebsiella pneumoniae, die in uitzonderlijke situaties een ernstige longontsteking kan veroorzaken, compleet met hoge koorts, rillingen, griep, hoest en dik slijm.

Zo erg wordt het maar zelden, gezonde mensen hebben een gezonde weerstand tegen deze bacterie, maar in verzwakte patiënten en bij bijvoorbeeld diabetici, alcoholisten en mensen met een chronische longziekte heeft het immuunsysteem hulp nodig in de vorm van antibiotica.

Breekt alle gangbare antibiotica af

En daar zit nu net de kneep bij Klebsiella-OXA 48; die variant maakt een enzym aan, OXA 48, dat alle gangbare antibiotica afbreekt – en zich daar dus niet meer door laat afstoppen.

Zo kan de bacterie een toch al zieke patiënt nog veel zieker maken en in een enkel geval zelfs doden. Alleen een antibioticum met ernstige bijwerkingen en een nauwelijks actief nieuw middel hebben nog enig effect op de bacterie.

Daarmee is Klebsiella-OXA 48 een van de vele (super) resistente bacteriën, net als bijvoorbeeld de veel bekendere MRSA, en CDAD, die in 2005 in verschillende ziekenhuizen dodelijke diarree veroorzaakte.

Vrijwel alleen in ziekenhuizen

Typisch voor deze ziekenhuisbacteriën is dat ze vrijwel alleen in ziekenhuizen en zorginstellingen slachtoffers eisen onder mensen die toch al (ernstig) ziek waren. Andere multiresistente bacteriën, zoals multiresistente tbc, maken in de hele samenleving slachtoffers, vooral onder arme en zieke mensen.

Voorkomen van besmettingen

Als genezen niet meer mogelijk is, blijft alleen het voorkómen van besmettingen over. En in principe is dat niet moeilijk: het enige dat gedaan moet worden is het transport van de micro-organismen blokkeren. Zo breek je de ketting van besmetting.

Lastig is wel dat de verschillende organismen elk hun eigen weg kiezen van mens naar mens. Sommigen gaan alleen via druppels (zoals het griepvirus), andere kiezen ook kleinere deeltjes die veel langer in de lucht blijven zweven (tbc, mazelen).

Veel andere bacteriën en virussen drogen snel uit en overleven een tocht door de lucht niet, maar worden vooral door direct contact overgebracht. Ze gaan van hand tot hand, letterlijk, dus handhygiëne is daar belangrijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor Klebsiella.

Daarnaast zijn er bacteriën, zoals MRSA, die al deze routes kunnen nemen. Daarvoor is dus de volledige bescherming nodig.

Basis van bescherming is isolatie

De basis van die bescherming is isolatie, om te beginnen door besmette patiënten in afgezonderde ruimten te leggen en verder door kleding, ventilatie, soms ook mondmaskers en natuurlijk, door schoonmaak. De richtlijnen van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) gelden daarbij als regel in Nederlandse zorginstellingen.

Schoonmaken helpt

Dat schoonmaken helpt tegen het verspreiden van ziekten, is een verhaal zo oud als de Bijbel. Letterlijk, want de reinigingswetten uit dat boek zijn waarschijnlijk de reden dat de pest in de 14e eeuw onder Joden veel minder slachtoffers maakte dan onder de rest van de bevolking. Maar wetenschappelijk bewijs is er amper.

De Britse hygiëniste Stephanie Dancer liet enkele jaren geleden in een gedetailleerde analyse zien dat het zeer waarschijnlijk is dat MRSA ook wordt overgedragen via objecten die zijn aangeraakt door de patiënt of door personeel dat net de patiënt heeft behandeld.

Een zeer grondige schoonmaak kan de MRSA daar weghalen en voorkómen dat een volgende patiënt de bacterie weer oppikt, besmet raakt en mogelijk zelfs een infectie oploopt.

Schoonmaken op ‘beleving’ niet voldoende

Dan is het natuurlijk niet genoeg om ‘op beleving’ schoon te maken of alleen zichtbaar vuil te verwijderen. Alle objecten die de patiënt heeft aangeraakt moeten een beurt krijgen, van schoon naar (mogelijk) vuil.

En dat met schone materialen die daarna gewassen of weggegooid worden, anders zou het schoonmaakmiddel zelf de bacteriën nog een lift geven. Dan is het middel erger dan de kwaal.

Effect moeilijk aan te tonen

Overigens is dat misschien wel één van de redenen waardoor het zo moeilijk is om het positieve effect van schoonmaken aan te tonen. Want dat moet dan wel erg netjes worden uitgevoerd.

Toen twee verschillende ziekenhuizen last hadden van eenzelfde multiresistente bacterie op de operatiekamer lieten beide die ‘grondig’ desinfecteren. Daar waar de ziekenhuishygiëniste toezicht hield, verdween de bacterie. Het andere ziekenhuis, dat geen toezicht had gehouden, bleef last houden.

Maar ook deze anekdotes vormen geen hard bewijs, het zou immers toeval kunnen zijn. Net als ander onderzoek van Dancer, waar blijkt dat in Britse ziekenhuizen minder MRSA wordt gevonden op oppervlakken als er meer ‘handen aan het bed zijn’, en dat effect verdwijnt als die handen er niet meer zijn.

Nauwelijks meetbaar

Dat vertaalt zich in dat onderzoek nauwelijks meetbaar in aantallen infecties, al was het maar omdat er maar weinig besmettingen zijn. Fijn voor de patiënten, lastig voor de onderzoeker.

Hebben de bezuinigingen op de zorg, en dan specifiek op de schoonmaak, een invloed op het aantal besmettingen? Dat zou zomaar kunnen, maar hard bewijs ontbreekt. De schoonmaakbranche zou er goed aan doen zich hard te maken voor een onderzoek naar de relatie tussen schoonmaakkosten en uitbraken van ziekenhuisbacteriën. Gezien de kosten van uitbraken is dat voor meerdere partijen relevant.

Bacteriën blijken vindingrijk

Na het succes van vaccinaties en antibiotica werd lange tijd gedacht dat de micro-organismen die infectieziekten veroorzaken onder controle waren. Maar de bacteriën, virussen en schimmels blijken vindingrijk en hardnekkig. Ze vernieuwen zich en maken handig gebruik van de omstandigheden om zich te verspreiden.

Micro-organismen die de kans krijgen zichzelf te vermenigvuldigen, zullen daarbij steeds nieuwe varianten ontwikkelen. Terwijl vele miljoenen broertjes en zusjes sterven onder druk van de antibiotica, krijgt die nieuwe variant alle ruimte om uit te groeien.

Overmatig of slordig gebruik van antibiotica zorgt ervoor dat dit proces extra snel loopt. Slecht schoonmaken heeft daar overigens geen effect op.

Resistentie doorgeven

Virussen en bacteriën kunnen ook stukken genetische code uitwisselen en zo hun resistentie doorgeven. Virussen kunnen bovendien combineren. Als een virus dat griep veroorzaakt bij varkens zich verbindt aan een virus dat bij de mens overdraagbaar is, dan kan een nieuwe varkensgriep ontstaan. Zo is ook vogelgriep ontstaan.

Andere virussen en bacteriën lijken simpelweg over te stappen van dier naar mens, zoals de builenpest (van marmot via vlo en rat); de Q-koorts (vee, huisdieren en vogels), SARS (civetkat) en HIV (apen).

Verder verspreiden micro-organismen zich steeds sneller omdat wijzelf meer en sneller reizen. Bezuinigen, armoede en verminderde aandacht aan hygiëne, juist door het succes van antibiotica, dragen waarschijnlijk ook bij de effectievere verspreiding van micro-organismen, al is het niet eenvoudig om dat te bewijzen.

www.wip.nl 

Tekst: Anton Duisterwinkel, wetenschapsjournalist
Graphic: Els Engel

Uit: Professioneel Schoonmaken 10, 2011

Reageren?