Gebouw GezondheidsMonitor voor basisscholen

Cor Pernot werkt samen met OSB aan gezondheidsmonitor

Is een school schoon als deze is schoongemaakt of is deze schoon als deze een gezond binnenklimaat heeft? OSB ontwikkelt samen met de Technische Universiteit van Eindhoven de Gebouw GezondheidsMonitor. Een werkmethode die gericht is op het verbeteren van het binnenklimaat. De schoonmaakmedewerker verwijdert niet meer alleen vuil, maar draagt bij aan een beter welzijnsniveau in een gebouw.

Cor Pernot heeft een eigen adviesbureau (Cor Pernot Consulting) en werkt samen met OSB en hoogleraar ‘Gezondhiedstechniek voor de Gebouwde Omgeving’ Annelies van Bronswijk van de TU Eindhoven aan de Gebouw GezondheidsMonitor voor – in eerste instantie – basisscholen.

Nieuwe werkwijze voor optimaal leer- en werkklimaat

De GGM is een nieuwe werkwijze die het standaard schoonmaakschema voor basisscholen vervangt voor een schema dat zorgt voor ‘een optimaal leer- en werkklimaat’, aldus de informatiekaart van OSB. Het instrument is gericht op het verbeteren van de ‘welzijnskwaliteit’ van het schoolgebouw, zo staat er.

Van invloed op het welzijnsniveau van een gebouw is onder andere de luchtkwaliteit. De concentratie van CO22 zegt iets over de verontreiniging. Pernot: ‘Ook stof staat voor een mate van verontreiniging. Net als open kasten –  iedere vierkante meter open kast staat voor bepaalde verontreiniging – en ventilatiekanalen, de lengte ervan en het feit of je deze schoon kunt maken.’

Schoonmaak naar hoger plan

Twee jaar geleden kwam het contact tussen OSB en de TU Eindhoven tot stand. OSB-directeur Rob Bongenaar sprak met hoogleraar Annelies van Bronswijk, over de mogelijkheden om schoonmaak naar een hoger plan te tillen. Ze weet alles van allergieën en mijten die deze allergieën veroorzaken. Van Bronswijk wil gezondheid onder de aandacht brengen bij ontwerpers van gebouwen.

Pernot heeft een achtergrond bij TNO. Als onderzoeker heeft hij zich toegelegd op luchtkwaliteit, klimaatinstallaties in gebouwen (ventilatie) en bouwfysica in het algemeen: denk aan temperatuur, luchtvochtigheid en energiehuishouding.

Het is pas echt schoon als het gezond is

Pernot: ‘De traditionele manier van naar schoonmaak kijken is: het is schoon als het schoongemaakt is. Maar het is pas echt schoon als het gezond is. Dat vraagt om een ander soort contract; geen inspanningsverplichting maar een resultaatverplichting.

‘In die situatie maakt de schoonmaker niet alleen schoon, maar bewaakt hij het binnenmilieu. Je sluit als school een heel ander soort contract met zo’n schoonmaakbedrijf; je spreekt niet over een bepaald aantal vierkante meters, maar over een bepaald welzijnsniveau.’

Workshops met managers schoonmaakbranche

Anderhalf jaar geleden organiseerden Pernot en Van Bronswijk samen met Mark Verhees en Rob Bongenaar van OSB de eerste workshops met managers uit de schoonmaakbranche en directeuren van scholen.

Pernot: ‘Na de workshops vorig jaar waren de schoonmaakbedrijven zonder uitzondering positief. Ze zagen mogelijkheden om het vak een beter aanzien te geven.

‘Schooldirecteuren waren verdeeld. Positief, maar ook sceptisch. Schooldirecteuren beseffen onvoldoende dat ze verantwoordelijk zijn voor het binnenklimaat en daarmee voor de gezondheid van docenten en leerlingen. Ze willen dat schoonmaak niet te veel kost. Dat geld is in hun ogen vaak beter besteed aan leermiddelen.’

Nulmeting

De GGM bestaat uit: een nulmeting – hoe staat het ervoor met het binnenklimaat in een school; een afspraak om te komen tot verbetering of behoud van de huidige situatie; en een smartphone voor de schoonmaakmedewerker.

Uit de verzamelde, objectieve data vloeit vanuit de offertefase een werkprogramma voort voor de schoonmaker. Met de smartphone, zo wordt in de informatiekaart uitgelegd, ‘meet de schoonmaakmedewerker factoren die van invloed zijn op het welzijn van de gebruikers. De schoonmaker zal met regelmaat nieuwe metingen verrichten en zo steeds in beeld houden hoe het gesteld is met de welzijnskwaliteit.’

Eerst welzijnskwaliteit meten

Pernot: ‘Op het moment dat een school en het schoonmaakbedrijf kiezen voor het toepassen van de GGM wordt eerst de welzijnskwaliteit van de school gemeten. Er worden testjes gedaan door stof op te zuigen van het tapijt of van gestoffeerde meubelen.

‘De concentratie allergeen gemeten staat voor een bepaalde mate verontreiniging. Hetzelfde geldt voor verlichting, afwerkmaterialen, plaagdieren, huisdieren, kamerplanten en veranderingen in de rommeligheid.

Schaal

‘We hebben een schaal ontwikkeld van -3 naar +3’, gaat Pernot verder. ‘In de offertefase doe je de nulmeting: Waar staat de school? Is het een oude of een nieuwe school? Hoe is de installatietechniek? Is er zonwering? Deze nulmeting wordt uitgevoerd door het schoonmaakbedrijf.

‘Stel een school staat op -1, dan kan de opdrachtgever met het schoonmaakbedrijf in het contract afspreken om te streven naar +1. Als het een heel oude school is of een school met bouwkundige gebreken dan is behoud van hoe het nu is misschien wel het enige haalbare. De school moet kan zelf ook een bijdrage leveren. Een schoonmaakmedewerker kan nu eenmaal niet het ventilatiesysteem veranderen.’

App voor smartphone

Op dit moment wordt gewerkt aan de app voor de smartphone. Pernot: ‘Er is een prototype en over twee maanden organiseren we nieuwe workshops. Dan gaan schoonmaakmedewerkers ermee werken.’

Zes scholen hebben zich aangemeld voor de pilot: ‘We zijn daar bezig met een nulmeting. Twee weken lang worden elke tien minuten metingen gedaan en wordt de situatie van de school op genomen. In de loop van volgend jaar kan de GGM in de praktijk worden toegepast. Het zal nog wel een paar jaar duren voordat dat op grote schaal gebeurt. Behalve voor scholen is de toepassing in de toekomst ook interessant voor kantoren en zeker ziekenhuizen.’

GGM biedt kansen voor scholen

Werken volgens de GGM biedt kansen voor scholen. Scholen moeten steeds meer vechten voor hun leerlingen en kunnen zich onderscheiden met een aantoonbaar goed binnenklimaat. Pernot: ‘Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat prestaties verberen met vijf tot tien procent. Of het effect heeft op het ziekteverzuim is moeilijk te zeggen. Er speelt zoveel mee.’

Edwin Lokkerbol: ‘Relatie gezondheid en schoonmaak goed te leggen’

Edwin Lokkerbol, projectleider GGM: ‘De relatie tussen gezondheid en schoonmaak is in een school goed te leggen. Een gezonde omgeving voor kinderen en leerkrachten is belangrijk om tot een goed leerresultaat te komen.

‘Doel is door vuil te verwijderen aandacht te hebben voor een gezondere omgeving, de leeromstandigheden te verbeteren en de taak van de schoonmaker belangrijker te maken. Dit is voor OSB en haar leden belangrijk omdat schoonmaak nog te veel wordt gezien als kostenpost, vooral in het onderwijs.

‘Bovendien is de financiering van schoonmaak in het onderwijs veranderd. Het is een zaak van schoolbesturen en binnen die besturen wordt er doorgaans vrij eenzijdig tegen schoonmaak aangekeken. We willen schoolbesturen duidelijk kunnen maken dat met goed schoonmaken er een beter leef- en leerklimaat ontstaat.’

Reageren?