Wetenschap: Zachte zeep voor de Galliërs

Professioneel Schoonmaken 1-2, 2012

Buiten de cosmetica is het nu verdrongen door synthetische wasmiddelen; toch blijft zeep een scheikundig kunststukje dat bijna zo oud is als de beschaving zelf.

We noemen een wasmiddel synthetisch omdat het door scheikundigen is bedacht en wordt geproduceerd in een fabriek. Maar ook zeep is synthetisch, in de zin dat er geen natuurlijke zeepbronnen zijn; wel zijn er natuurlijke grondstoffen voor zeep.

Het wordt namelijk gemaakt door het koken (‘verzepen’) van plantaardige of dierlijke vetten met een sterk loog. Een sterk loog wordt in de scheikunde ook wel een base genoemd; een oplossing met een pH-waarde van hoger dan 7, tegenhanger van zuur.

Een voorbeeld van een sterke base is soda: wie ermee gewerkt heeft, weet dat zo’n base niet enkel vuil verwijdert, maar ook je huid als je bij de schoonmaak geen plastic handschoenen draagt.

Zeepbereiding

Vroeger werd het loog voor de zeepbereiding verkregen uit potas; dat is het kaliumcarbonaat in de as die achterblijft na het verbranden van bomen of snoeihout. Gemengd met water levert potas het sterk basische kaliumhydroxide (kaliloog), een bijtende stof die wordt gebruikt in reinigingsmiddel.

Soms werd potas vervangen door soda: het natriumcarbonaat afkomstig uit de as van strand- en zeeplanten die natrium uit zout zeewater opnemen. Opgelost in water reageert soda basisch door de vorming van natriumhydroxide (natronloog), een bijproduct uit de chloorindustrie.

Scheikundig even kort door de bocht: bij de verzeping wordt vetzuur uit het vet vrijgemaakt en dat zuur reageert met het toegevoegde loog volgens het adagium ‘zuur plus base geeft zout plus water’. Dus wordt een vetzuurzout gevormd en dat is in essentie de zeep.

Zeepmoleculen

We onderscheiden een kaliumzout (een zachte zeep die makkelijk smelt) en een natriumzout (een harde zeep met een hoger smeltpunt). De zeepmoleculen doen de was doordat ze zich hechten aan vuildeeltjes die daardoor loskomen van textielvezel in het waswater.

Het wasmiddel dat u thuis gebruikt is veel krachtiger dan zeep en vormt – in tegenstelling tot zeep – geen onoplosbare neerslag in hard water dat als aanslag in de wasmachine achterblijft.

Zeep als medicijn

Omdat stoffen als potas en vetten al sinds mensenheugenis bekend zijn, zou je verwachten dat zeep een heel oud wasmiddel is. Zeep is inderdaad al lang bekend: er bestaat een vierduizend jaar oud Babylonisch kleitablet met een recept voor vetverzeping. De zeep werd echter niet gebruikt als schoonmaakmiddel maar als medicijn.

Ook in andere oude bronnen komt zeep vooral voor in verband met geneeskunde. Een cosmetische toepassing vinden we pas bij de Romeinse wetenschapper Plinius in de eerste eeuw na Christus. Plinius schrijft dat de Galliërs een mengsel van potas en geitenvet gebruiken, niet om zich er mee te wassen maar om hun haar rood te verven.

Dat de wassende werking van zeep in de Oudheid toch niet onbekend was, blijkt verrassend genoeg uit het Oude Testament.  De profeet Jeremia (ongeveer 600 voor Christus) vergelijkt in Jeremia 2 vers 22 de zonden van mensen met wel zeer hardnekkige vlekken: ze blijven altijd zichtbaar ‘ook al was je je kleren met zeep en met een overvloed aan loog…’  Te vrezen valt dat ook het beste synthetische wasmiddel hier niet zal helpen.

Prof. dr. A.P. Philipse
Hoogleraar Fysische en Colloidchemie aan de Universiteit Utrecht

Reageren?