Voedingsmiddelenindustrie: ’Gevolgen slecht schoonmaken kunnen gigantisch zijn’

Hamid Lamouy (CSU)

Het reinigen in de voedingsmiddelenindustrie is zwaar werk, dat vaak ’s nachts gebeurt, in ruimtes waar het of heel warm of heel koud is. Slechts één van de 350 medewerkers van CSU Food Services is een vrouw. Bij champignonverwerker Lutèce spraken we met de manager CSU Food Services Twan Voets en rayonleider Hamid Lamouy: ‘Het is echt een vak apart.’

Al vanaf de oprichting van CSU – in 1968 – is het schoonmaakbedrijf actief in de voedingsmiddelenindustrie. Campina in Veghel was een van de eerste klanten. Tegenwoordig heeft het bedrijf zo’n 13.000 medewerkers in dienst, van wie 350 bij CSU Food Services.

Zwaar werk

Twan Voets landelijk manager van de divisie Food: ‘De meeste van onze medewerkers zijn fulltimers en op één na allemaal mannen. Dit komt door de aard van het werk. Het is lichamelijk zwaar werk, maar ook de omgeving maakt het zwaar. Ruimtes zijn heel koud of juist heel warm.

‘Ook de werktijden zijn voor vrouwen meestal een probleem, vaak ’s nachts en in het weekend. Het werk gaat 24 uur per dag zeven dagen per week door. We werken achter het productieproces aan, dagschoonmaak is daarom alleen mogelijk bij zogenaamde gesloten systemen, dan staat het product niet bloot aan de omgeving.’

Champignonverwerker Lutèce

Schoonmaken bij champignonverwerker LuteceDat is bij champignonverwerker Lutèce wel anders. De eindproducten van dit bedrijf zijn zowel verse champignons als champignons in pot of blik. Deze laatste worden tijdens de verwerking in grote ketels geblancheerd en daarna gesneden.

Vervolgens gaan de champignons in pot of blik waarna conserveringsmiddelen worden toegevoegd. Dan worden de potten en blikken afgesloten, gecodeerd, door metaaldetectie gecontroleerd, gesteriliseerd en ingepakt, klaar voor transport naar distributeurs.

Rayonleider Hamid Lamouy: ‘Onze drie fulltime medewerkers beginnen op deze locatie na het productieproces om 18.00 uur en werken tot 2.30 uur. Alles moet schoon; de machines, de transportbanden, de snijmachines.’

Hygiëne

‘Voor de productielijn van de verse champignons is hygiëne nog belangrijker,’ vertelt Lamouy, ‘omdat het eindproduct een vers product is. De champignons worden op geen enkele manier bewerkt. Deze productielijn wordt daarom elke dag gedesinfecteerd. Bij de andere lijnen is dat twee keer per week.’

Hogedrukreiniging

De schoonmaakmedewerkers bij Lutèce werken vooral met hogedrukreiniging. Lamouy: ‘Eerst verwijderen ze de grove vervuiling, zoals champignonresten. Dan beginnen ze met voorspuiten, waarna de apparaten worden ingeschuimd. Vier keer in de week wordt daar een alkalisch middel aan toegevoegd, één keer in de week een zuurmiddel. Dan wordt alles afgespoeld, eventueel gedesinfecteerd en nog een keer afgespoeld.’

Schoonmaakkwaliteit controleren

In de productieruimte staat een aantal gevaarlijke machines met messen. Het demonteren van de machines laat Lamouy dan ook liever aan de experts over, zodat zijn medewerkers alleen hoeven te reinigen. Na het schoonmaakproces wordt de schoonmaakkwaliteit gecontroleerd.

Er wordt bij VSR nog gewerkt aan een dagelijks controlesysteem (DKS) voor de voedingsmiddelenindustrie, vertelt Voets, maar dat staat nog in de kinderschoenen. ‘Daarom heeft CSU een eigen controlesysteem ontwikkeld met randvoorwaarden aan het proces en een checklist.’

Lamouy: ‘We controleren per lijn en per afdeling. Is er iets niet goed gegaan, dan moet de laatste stap opnieuw. Een medewerker van Lutèce voert dezelfde controle nog een keer uit vlak voordat de volgende ochtend het productieproces weer begint.’

Voets: ‘Dit zijn visuele controles. Twee keer per week worden er ook nog onaangekondigde bacteriologische controles uitgevoerd.’

Reinigen en desinfecteren in de voedingsmiddelenindustrie

Voets: ‘Alle medewerkers die bij ons dienst komen, krijgen van ons de opleiding reinigen en desinfecteren in de voedingsmiddelenindustrie. Die moet iedereen gevolgd hebben. Het is een training die wij zelf ontwikkeld hebben, en gaat over reinigingsmethoden en -middelen en over hoe het er in deze industrie aan toe gaat.

‘Bovendien krijgen medewerkers altijd locatiespecifieke instructies over veiligheid en hygiëne van de productielijn. Als medewerkers een jaar in dienst zijn, zijn ze verplicht om de vakopleiding Food te volgen bij SVS.’

Productkennis belangrijk

Het eindproduct van LuteceOp de vraag of Lamouy en Voets zelf ook praktijkervaring hebben, antwoorden zij gedreven. Voets: ‘Dat hebben wij allemaal.’ Lamouy: ‘Dat moet wel. Je moet er zelf in gewerkt hebben, het is zo’n aparte branche.’

Voets: ‘Je moet als schoonmaker in een productieproces rekening houden met techniek en kostbare apparatuur – tegenwoordig vaak high tech en computergestuurd. Je moet de logica van het proces begrijpen. Halverwege de productielijn beginnen met schoonmaken, heeft geen enkele zin. En je werkt met agressieve, zure en alkalische middelen. Productkennis is dus heel belangrijk. Het is echt een vak apart.’

Veiligheid

Voets: ‘Je hebt te maken met apparatuur die als je deze verkeerd benadert, gevaarlijk kan zijn. Bij Lutèce zijn het machines met messen en blancheertanks met heet water. Onze KAM-coördinator –  kwaliteit, arbeid en milieu – maakt altijd eerst een risicoinventarisatie en evaluatie (RI&E) waarop het werkprogramma wordt gebaseerd.

De groepsleider is in de dagelijkse praktijk verantwoordelijk voor werkinstructies en persoonlijke beschermingsmiddelen. Hij stuurt de ploeg aan en overlegt met de klant. Het is belangrijk dat hij zowel een BHV-diploma heeft, als een VCA-certificaat. Ook komt de leverancier van de reinigingsmiddelen elk jaar een cursus geven.

Voedselveiligheid

‘De gevolgen van niet goed schoonmaken kunnen in de voedingsmiddelenindustrie gigantisch zijn’, vervolgt Voets. ‘Veel groter dan op een kantoor. Je moet je bewust zijn van voedselveiligheid. Schoonmaak is in de voedingsmiddelenindustrie niet zozeer een externe dienst maar een deel van het productieproces.

‘Het is belangrijk om het proces van je klant te begrijpen. Onze klanten worden vaak geaudit. Daarin wordt ook hygiëne meegenomen. Niet voor niets zie je in deze branche vaker langlopende contracten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.’

‘Bij elke klant anders’

Lamouy: ‘Flexibiliteit en communicatie zijn het belangrijkst. Ik heb één keer per maand vast overleg met de opdrachtgever, maar heb meerdere keren per week contact per telefoon of per mail. Je zit veel dieper in het proces van je klant. De band is nauwer. En je moet flexibel zijn. Ik heb vijftien klanten; een kaasverwerker, een bakkerij, een slachterij. Je moet 24 uur per dag zeven dagen per week klaar staan.’ Voets: ‘Hét reinigen in de voedingsmiddelenindustrie bestaat niet. Het is bij elke klant anders.’

www.csu.nl
www.lutece.nl

Uit: Professioneel Schoonmaken 5, 2012

Foto’s: Levin den Boer, persfoto.nu

 

Reageren?