Mart Visser: ‘Probeer in de tijdgeest van nu te blijven.’

Mart Visser tijdens passessie kleding Achmea (foto: Mart Visser)

Het is moeilijk voor te stellen maar ooit moest couturier Mart Visser bijverdienen in de horeca. Hij werkte achter de bar van een hotel en moest ‘een spuuglelijk gebloemd gilet’ dragen. Visser: ‘Ik voelde me er niet prettig in en dat straal je dan ook uit. Ik wil dat schoonmaakmedewerkers zich lekker voelen.’ Visser ontwierp de nieuwe bedrijfskleding voor Facilicom.

Wat betekent het ontwerpen van bedrijfskleding voor u?

‘Als je het woord bedrijfskleding googelt, krijg je honderden hits. Aanbod genoeg. Maar ik ben ontwerper. Ik heb een handschrift, een bepaalde stijl. Daarmee geef ik een signatuur aan de kleding.

‘In het geval van Facilicom ging het om een collectie die onder alle divisies te plaatsen moest zijn. Er waren 300 verschillende soorten kledingstukken in de omloop; alleen al aan polo’s waren er meerdere modellen: korte mouw, lange mouw, andere modellen voor verschillende divisies. Terwijl je kunt volstaan met één model heren- en damespolo met korte mouw, voor de medewerkers van alle divisies. Ik heb alles teruggebracht tot vijftien complete outfits.

‘De polo voor de schoonmaakmedewerker is hetzelfde als die voor de cateringmedewerker, van wie de pantalon weer hetzelfde is als die van de beveiligingsmedewerker. Op dezelfde manier is er overlap in blouses en overhemden. Je creëert daarmee herkenning.’

Bij het ontwerpen van bedrijfskleding moet je rekening houden met de visie van een bedrijf. Dat kan ook een beperking zijn. Hoe ervaart u dat?

‘Die beperking stimuleert mij juist om nog dieper de organisatie in te gaan. Ik ben eigenlijk een soort interimmer, ik denk mee over de rebranding van het bedrijf: Dit is Facilicom en hier staan wij voor. In de haute couture gebruik ik soms twintig meter zijde voor een avondjurk, maar in een project als dit denk ik na over of de rok op de knie of over de knie moet vallen. Dat scheelt onderaan de streep namelijk honderden meters stof en dus geld.

‘Het is een leuk traject. Je komt bij een bedrijf binnen en je gaat op zoek. Je ontmoet de ceo, er is vaak een kledingcommissie, je overlegt met de afdeling marketing en communicatie. Vroeger had ik ook nog zelf contact met de medewerkers, maar dat gaat niet meer. Ik heb minder tijd, maar ik heb ook gemerkt dat het mensen afschrikt als ze daar met mij over moeten praten. Bovendien pakken bedrijven dat tegenwoordig zelf vaak grondig aan. Als ik kom ligt er al een rapport.

‘Voor Maison van den Boer heb ik onlangs ook een nieuw ontwerp gemaakt. Het oude ontwerp had ik tien jaar geleden gemaakt. Toen stond het bedrijf voor luxe bediening; servet over de arm. Nu gaat het vooral om goed eten en staat er bij het ene feest een loungebank, terwijl het bij een ander feest wat chiquer is. Het is een totaal ander concept geworden. Dat is de uitdaging.’

Wat kenmerkt in deze collectie de kleding van schoonmakers?

‘Die hebben een tailleerbaar werkschot. Het schort is naar achteren tailleerbaar, maar ook naar voren. In die branche wisselen de medewerkers op een pand nog wel eens, je hebt te maken met oproepkrachten en parttimers. De kleding moet daarom een groot pasbereik hebben.

‘Voor de heren zit er een goede sweater bij en voor medewerkers die half buiten en half binnen werken een pilotenjack met afritsbare mouwen, waarna je een dun gewatteerde bodywarmer overhoudt die mooi aansluit. Ik probeer in de tijdgeest van nu te blijven dus het zijn geen oversized modellen.

‘De overhemden in deze collectie zijn wat langer, zodat ze goed in de broek blijven zitten. Ik wil dat medewerkers zich er lekker in voelen. Ik weet zelf hoe belangrijk dat is want in het begin van mijn carrière verdiende ik bij in een hotel, waar ik een spuuglelijk gebloemd gilet moest dragen. Ik voelde me er niet prettig in en dat straal je dan ook uit.’

U geeft aan dat de kleding comfortabel en functioneel moet zijn, maar dat het ook de uitstraling moet hebben van het bedrijf waarvoor u het ontwerp maakt. Wat heeft u in deze collectie willen laten zien?

‘Voordat ik met het ontwerp begon, kreeg ik alle items uit de oude collectie in mijn atelier. Er was van alles wat, mede door overnames van andere bedrijven was het een ratjetoe. Dat moest gestroomlijnd worden, schoongeveegd. Mijn doel was saamhorigheid creëren. Als medewerkers van divisie A iemand van divisie B tegenkomen, dat ze het gevoel hebben: wij zijn geconnect.’

Nieuwe bedrijfskleding is een investering en moet het liefst lang meegaan. Wat betekent dit voor de kwaliteit versus trends?

‘Ik heb inmiddels veel ervaring. Ik weet wat een goede stof is en welke stof geschikt is voor bijvoorbeeld medewerkers die zich vrij moeten kunnen bewegen. Daarnaast zijn er steeds nieuwe ontwikkelingen. Er is tegenwoordig een stof die een mix is tussen hennep – waardoor stof goed ademt –, en polyester – wat maakt dat kleding in model blijft.

‘De stoffen moeten degelijk zijn. Ik heb ook de kleding voor KLM ontworpen en er zijn stewardessen die hun colberts gewoon in de wasmachine gooien. Ik moet overal rekening mee houden en ga van het allerergste uit. Bovendien wordt de kleding in een kleine hoeveelheid eerst getest. Daarna kan ik nog aanpassingen doen.

‘Wat trends betreft: ik ben geen high fashion couturier, maar meer van de evergreens. Een mooi zwart jurkje. Mijn klanten combineren een jurkje van nu, met een jasje van tien jaar geleden. Dat is het grootste compliment dat je kunt krijgen. Ook deze collectie moet tien jaar meegaan. Dat een body warmer in de loop van de tijd minder wordt gedragen, is niet erg. Je kunt af en toe een nieuw item inbrengen en de collectie zo up to date houden.’

www.facilicom.nl
www.martvisser.nl

Lees ook Nieuwe werkkleding Facilicom ‘past beter bij dagschoonmaak’

 Uit: Professioneel Schoonmaken 6, 2012

 

Reageren?