Schoonmaakbranche investeert zelf in taaltrajecten

OSB

Werkgevers in de schoonmaak- en glazenwassersbranche gaan meer schoonmakers Nederlands leren. Voorheen werden deze taaltrajecten voor een belangrijk deel door gemeenten gefinancierd.

Door bezuinigingen valt deze financiering weg. Werkgevers nemen nu hun verantwoordelijk en betalen de trainingen zelf. OSB vindt het belangrijk dat schoonmakers de Nederlandse taal goed beheersen. Hierdoor kunnen schoonmakers een vakopleiding volgen, beter functioneren in hun werk en het helpt bij integratie.

Nederlands leren van groot belang

Om een vakopleiding in de branche met succes te kunnen volgen, is Nederlands spreken een voorwaarde. Schoonmakers die Nederlands spreken, begrijpen instructies beter, bespreken problemen op het werk, werken veiliger en begrijpen de klant beter. Kortom: het helpt als je dezelfde taal spreekt.

Ook helpt het in de privé situatie van de werknemer. Het spreken van de Nederlandse taal stimuleert de integratie in onze Nederlandse maatschappij. Het onderlinge begrip neemt toe en het helpt de schoonmaker om zich thuis te voelen in ons land en zich verder te ontwikkelen.

Branche financiert taaltrajecten zelf

De branche neemt hierbij haar eigen verantwoordelijkheid en financiert de taaltrajecten zelf. Eerder werd op gemeenten een beroep gedaan voor financiering. Verder is het volgen van taaltrajecten een voortzetting van een eerdere CAO afspraak. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met een taalaanbieder.

Afspraken met taalaanbieder

Om de leden te helpen bij de taaltrajecten, heeft OSB afspraken gemaakt met twee ervaren taalaanbieders. BonTalen & Partners en TopTaal, trekken als combinatie op om werknemers bij OSB-leden Nederlands te leren. Onder de naam ‘Taal in de Schoonmaak’ bieden zij hun dienstverlening aan. In 2012 en in 2013 gaan zij met OSB aan de slag om zo veel mogelijk werknemers Nederlands te leren.

Informatie: www.osb.nl

Reageren?