Brainstorm met schoonmaakbrancheverenigingen

Rondetafel schoonmaakbrancheverenigingen

Voorzitters en directeuren: We moeten naar een centrale boodschap

Op een herfstige dag in oktober, in een tot huiselijke vergaderruimte omgetoverde boerenschuur in the middle of no where – zelfs voor TomTom een uitdaging –, kwamen zes vertegenwoordigers van branchepartijen uit de schoonmaak bij elkaar. Onderwerp: hoe kunnen we vanuit elkaars eigen structuur en met respect voor elkaars eigen belang, tóch een gezamenlijke agenda bepalen?

Jacco Vonhof‘We waren het in het verleden te vaak oneens omdat het idee overheerste van tegengestelde belangen. Maar wij als verenigingen zijn juíst in staat om samen de branche op een hoger niveau te krijgen’, trapt Jacco Vonhof, voorzitter van VSR, de rondetafel af.

Alle voorzitters en directeuren aan één tafel

Een bijzonder moment want voor het eerst zitten alle voorzitters en directeuren van aan de schoonmaakbranche aanpalende verenigingen, aan één tafel. De reden, aldus Vonhof: ‘Verenigingen en brancheorganisaties zitten dicht bij elkaar en zijn met elkaar verweven. Het is raar dat we elkaar niet vaker vinden om het werkveld verder te professionaliseren. Het is tijd om ons beeld bij te stellen.’

Schoonmaakbranche negatief imago

Michel de Bruin, Benelux representative binnen de ISSA European Board en een van de initiatiefnemers van de bijeenkomst: ‘Wat mij altijd opvalt, is dat als er nieuws is vanuit de schoonmaakbranche, het vaak negatief is. Ik wil graag het tegenovergestelde laten zien. We bieden werkgelegenheid, creëren een schone omgeving. We zijn in Nederland een van de vijf grote sectoren en vergeleken met andere landen vooruitstrevend op het gebied van schoonmaakinnovaties en -technieken.’

Hans Simons, voorzitter van OSB: ‘Ik ben het er helemaal mee eens. Maar dat negatieve imago. Waar zit ‘m dat nou in? De aard van het werk? De langdurige conflicten? De algemeen negatieve appreciatie van handarbeid? Als je daar een goede verklaring voor hebt, dan kun je er mogelijk iets aan doen.’

Verdienmodel

Roger DaemenRoger Daemen, voorzitter van VMS: ‘Een van de belangrijke problemen is het verdienmodel. Het blijft nog altijd normaal om niet te leveren wat je wel verkocht hebt: met een lage prijs inschrijven, waardoor er weinig geld over blijft om de diensten uit te voeren, zodat medewerkers onrealistische taken krijgen, het werk niet kunnen uitvoeren en een negatief imago ontstaat.’

Vonhof: ‘Ik deel dat dit de praktijk is. Toch bestrijd ik dat we een negatief imago hebbben. Het is namelijk nog veel erger: we hebben geen imago. En als je geen imago hebt, kun je er ook niets aan doen. Wanneer functioneert een schoonmaakbedrijf optimaal? Als niemand er iets van merkt. Dus het maximale bereik is op dit moment dat wij niet opvallen, onzichtbaar en ongrijpbaar zijn. Dat kan een ander vervolgens voor tien procent minder, tot we door die ondergrens heen gaan.’

Veranderen kan alleen op strategisch niveau

Vonhof vervolgt: ‘Veranderen kan volgens mij alleen op strategisch niveau: door het invoeren van dagschoonmaak, door aan te tonen wat de kosten zijn van slechte schoonmaak. Namelijk dat als de operatiekamer van een ziekenhuis drie dagen plat ligt, dat dat net zo duur is als een jaar schoonmaak. En dat hygiëne bijdraagt aan onze langere levensverwachting.

‘Daar komt nog bij dat wij een schakel zijn tussen de groep die niet werkt, mensen die niet meedoen of het net niet redden, en de rest van de arbeidsmarkt. Men vergeet dat wij mensen vanuit bijstand of vanuit uitkering naar werk helpen en wij vergeten dat te kwantificeren. Wat leveren wij de samenleving op?’

Schoonmaakbranche heeft maatschappelijke functie

Hans SimonsSimons: ‘Deze maatschappelijke functie, de rol die we spelen binnen public health. Daar dient zich de gemeenschappelijke agenda aan.’

Rob Bongenaar, directeur van OSB: ‘Heeft VSR dat wel eens onderzocht? Hoe onze rol op dit gebied gekwantificeerd kan worden?’

Griep, directeur van VSR: ‘Nee, maar het laatste werkplekonderzoek dat VSR heeft gedaan, ging over hoe de gemiddelde werkplek eruit ziet? Qua reinheid en zuiverheid van lucht. Wat is de bijdrage van hygiëne op het werk? En kun je dit betrekken op ziekteverzuim? We hebben het wel steeds over gezondheid en welbevinden, maar zit het eigenlijk wel goed met die luchtkwaliteit? Wij begeven ons bijna 24 uur per dag tussen vier muren. Het is raar dat wij ons niet afvragen of die omgeving wel gezond is. Als je vaststelt dat een gezonde werkplek hogere productiviteit oplevert, dan levert schoonmaak geld op in plaats van dat het geld kost.’

Gezond binnenklimaat verhoogt arbeidsproductiviteit

Rob BongenaarBongenaar: ‘Wij zijn bezig met een dergelijke pilot binnen scholen. Scandinavisch onderzoek bewijst namelijk al dat met een gezond binnenklimaat de arbeidsproductiviteit stijgt, net als het concentratievermogen van kinderen op scholen. Schoonmaak draagt daar voor 30 procent aan bij. Het is sterk als je tegen opdrachtgevers kunt zeggen dat ziekteverzuim terugloopt als de kwaliteit van het binnenklimaat stijgt. Die data zijn er en daar moeten we iets mee doen.’

Simons: ‘En het tweede is investeren in methodieken en verbeteringen om die omgevingskwaliteit te verhogen om minder mensen in het zorgcircuit te laten komen. Binnen deze zelfde pilot plaatsten we kastjes in scholen om het CO2-gehalte te meten. Aan het einde van de dag gaven die kastjes vaak een rood signaal. Het was verrassend dat scholen er ondanks dat weinig voor voelden om deze situatie te verbeteren. Hun houding is laconiek. Daar zou de schoonmaakbranche een belangrijke rol in kunnen spelen.’

Vonhof: ‘Dat zit ‘m in de publieke ontkenning. Iedereen weet het, maar het kost te veel geld om het op te lossen, dus iedereen duwt het probleem weg. De gemeente, de eigenaar van het gebouw, de minister. Het probleem is te groot.’

Simons: ‘Het probleem is niet van vandaag op morgen zo groot geworden, het is alleen zo dat risico’s lang onzichtbaar blijven. Eigenlijk zou je er geld in moeten investeren, maar zolang het risico zich niet manifesteert, komt niemand in actie. Het is net als met dijken.’

Middelen, materialen en opleiden

De Bruin: ‘Iets anders wat ervoor zorgt dat wij een negatief – of geen – imago hebben, heeft te maken met dat er nog steeds wordt gewerkt met middelen en materialen van twintig jaar geleden. En dat terwijl er modernere systemen in omloop zijn, met een veel betere uitstraling. Zoals mopsystemen waarbij je geen emmers water meer nodig hebt.

‘Schoonmaakbedrijven willen wel, maar de contracten zijn te kort en uitgeknepen dus ze willen de investering niet aan. Dat geldt ook voor het investeren in instructies van medewerkers, het personeelsverloop is te hoog. We zitten in vicieuze cirkel. Maar schoonmaken is een vak; per locatie moet je beoordelen wat het beste materiaal en wat de beste methode is, wat gepaard moet gaan met een instructieplan. Ook leveranciers moeten daar een rol in spelen. Schoonmaak is beeldvorming. Juist daarin moeten we investeren.’

Daemen: ‘Maar in de basisopleiding worden alle moderne systemen toch behandeld?’

John GriepGriep: ‘Ja, maar toch is er ook nog veel aandacht voor traditionele systemen.’

‘Blijkbaar wordt vastgehouden aan oude technieken’

Bongenaar: ‘Dit is iets waar we direct invloed op uitoefen. Blijkbaar wordt er in opleidingen en in de examencommissie vastgehouden aan oude technieken. Er lijkt dus meer mogelijk met innovaties als de barrière binnen de opleiding wordt weggehaald.’

Daemen: ‘Vooral als je bedenkt dat de investering in machines en materialen maar vijf procent van de totale investering van een schoonmaakbedrijf is; en het toepassen van het microvezelsysteem alleen al een efficiencyslag kan opleveren van tien procent.’

Vonhof: ‘En waarom gebeurt het niet? Schoonmaakbedrijven redeneren: “We hebben het oude materiaal nog op voorraad.” “Hiermee zijn we gewend te werken.” Op Schiphol zie je work in progress, maar mijn klant maakt het niet uit dat ik ‘s avonds met een spaanse mop sta schoon te maken. Tenzij iets echt superieur is, stappen we niet over. Maar op het moment dat ik twintig procent kan besparen, heb ik morgen m’n hele bedrijf om. Waar het om gaat is dat het ergonomisch beter is en wij de werkdruk kunnen verlagen.

‘Het microvezelsysteem is de basis binnen opleidingen, maar nog steeds werken hele scheepsladingen met non-woven doeken omdat een schoonmaakmedewerker bijvoorbeeld op veel kleine pandjes werkt en de doeken niet op de juiste manier gewassen kunnen worden.’

Rolveger vs stofzuiger

Michel de BruinDe Bruin: ‘Toch zijn er oplossingen die een verbetering zijn voor de klant en niet worden doorgevoerd. Neem stofzuigen; op sommige plekken kun je prima toe met een rolveger. Die investering is lager dan de investering in een stofzuiger en toch slaat het gebruik ervan niet aan. Hoe kunnen wij die snaar raken?’

Vonhof: ‘De discussie rondom de rolveger is volgens mij heel plat. Wij werken er ook wel mee, maar onze klanten willen het lawaai stofzuiger. Het kan in hun beleving niet zo zijn dat ik een apparaat heb dat geen geluid maakt. Ze hebben bij wijze van spreken liever een stofzuiger zonder hepa-filter, met veel lawaai, dan een rolveger. Die de omgeving ook nog schoner achterlaat dan een slechte stofzuiger omdat deze geen stof verspreidt.’

Daemen: ‘Wij spelen daar als intermediair ook een rol in. In ons intern werkprogramma staat nooit de toepassing van een rolveger.’

De Bruin: ‘Daarom hoop ik dat we een congres kunnen organiseren waarop we met z’n allen die kennis kunnen opdoen en met elkaar delen.’

Potentieel benutten

Bongenaar: ‘Ik heb de indruk dat we wel veel kennis en informatie hebben, maar dat we daar slecht over communiceren. Het is het mooiste als je kunt kwantificeren.’

Vonhof: ‘Ik zoek het nog een niveau daar boven. Hoe brengen we het nu in het algemeen tussen de oren dat wij een tak van sport zijn die iets oplevert in plaats van dat het iets kost? Een betere hygiëne levert iets op. Als je op die manier een samenwerking met je opdrachtgever aan kunt gaan, dan kun je investeren in bijvoorbeeld innovaties. Maar schoonmaakbedrijven die een voor uurtarief van 16 euro werken, kunnen dat niet.’

Schoonmaakbranche geen kostenpost, maar levert juist op

‘Wij moeten dit gaan benaderen vanuit een positieve insteek. Niet: “U kunt met ons op de kosten beknibbelen”, nee: “Wij als branche leveren de samenleving zoveel op. En u hebt ons nog niet voor de helft benut. Want we kunnen ook vervolgproblemen oplossen.” Je moet de kosten zien in relatie tot de opbrengst. De gemiddelde inkoper denkt aan euro’s.’

Simons: ‘”U benut nog niet voor de helft van ons potentieel”. Dat is een enorme communicatieboodschap. Hoe brengen we dat over de bühne? Wat is dan die maatschappelijke relevantie?’

Vonhof: ‘We hebben allemaal onze eigen boodschap en we hebben binnen de branche onze eigen belangen. Maar wat je mist in onze branche is een soort groen boekje. Een boekje met de toverwoorden, onze gezamenlijke standpunten en basishouding in de arbeidsmarkt. Als ik in de kranten een discussie zie over het binnenklimaat, zie ik nooit dat wij daar als schoonmaakbranche op reageren. We kunnen dit soort berichten koppelen aan een centrale boodschap namens onze branche.’

Tijdens Mexicaanse griep schoonmaak opeens wel belangrijk

De Bruin: ‘Dat is de spijker op zijn kop. Tijdens de Mexicaanse griep was schoonmaak opeens wel belangrijk. En dat werkte. Als er een keer publiciteit is, moeten we reageren als schoonmaakmarkt.’

Bongenaar: ‘We moeten een praktisch werkverband aan gaan. Samenwerken in werkwijze, meer dan in structuur. Met als steekwoord communicatie.’

Daemen: ‘En we kunnen nu nog profiteren van de relaties die wij opgedaan hebben in die staking. Samen de code uitdragen en thema’s bepalen.’

Schoonmaakbranche biedt mogelijkheid mensen naar werk te helpen

Vonhof: ‘Daarnaast biedt de schoonmaakbranche dé gelegenheid om mensen naar werk te helpen. Ik zei laatste tegen iemand van het UWV: “Jullie bestaan straks niet meer, want wij doen dat al.” Mensen komen bij mij, vullen een formulier in, gaan de administratie in, worden naar een gebouw gebracht, krijgen werkinstructie en gaan aan het werk. Ze hebben pas een probleem op het moment dat ze als probleem zijn bestempeld. En dat gebeurt als ze bij het UWV binnenlopen.

‘Er zijn schoonmaakbedrijven die als ze hun personeelsbestand doorgaan 30 tot 40 procent aan medewerkers in dienst hebben, die officieel een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Maar zo wordt dat niet zo gezien. Deze medewerkers leren bij ons op tijd te komen, te communiceren. Ze komen via ons een stap verder.

‘Als je het geld dat de overheid nu in die groep investeert zou gebruiken om deze mensen door te laten stromen, dan kunnen wij tegen bijvoorbeeld de zorgsector zeggen: je kunt mensen van ons overnemen. Dan zijn schoonmakers niet alleen schoonmaker maar ook de nieuwe verpleegkundige A.’

Simons: ‘Dit zou je kunnen uitwerken tot een nieuw verdienmodel.’

De Bruin: ‘Op deze manier worden schoonmaker ook weer gezien als vakmensen.’

Tot slot: gemeenschappelijk programma

Simons: ‘Ik concludeer dat we meer power hebben met een gemeenschappelijk programma, zonder dat we een discussie voeren over onze afzonderlijke structuren. Er is onbenut potentieel, in kennis en know how bij alle afzonderlijke partijen. Als je dat samenbrengt kunnen we meer bereiken.’

Daemen: ‘En we moeten beter communiceren over onze toegevoegde waarde naar partijen buiten de schoonmaakbranche.’

De rondetafeldeelnemers besluiten door te pakken en spreken uit een tweede bijeenkomst in te gaan plannen. De deelnemers hiervan worden uitgebreid met vertegenwoordigers van meer marktpartijen en verenigingen die direct of indirect met de schoonmaakbranche te maken hebben. Op deze manier moet er een gezamenlijke agenda worden bepaald, die de basis zal vormen voor een congres volgend jaar. En misschien wel nog vele jaren daarna.

Deelnemers rondetafel:
Michel de Bruin (Greenspeed), voorzitter ISSA Benelux
Roger Daemen (Key-Quality), voorzitter Vereniging van Makelaarskantoren in Schoonmaakdienstverlening
Hans Simons, voorzitter OSB
Jacco Vonhof (Novon Schoonmaak), voorzitter VSR
John Griep, directeur VSR
Rob Bongenaar, directeur OSB 

Foto’s: Levin den Boer, www.persfoto.nu

Uit: Professioneel Schoonmaken 11, 2012

Reageren?