Ron Meyer: Identiteit

Professioneel Schoonmaken 5, 2011

Als het woord identiteit valt in de schoonmaaksector, wordt op de eerste plaats aan paspoorten gedacht. Opvallend vaak eisen opdrachtgevers identiteitscontroles. Die vinden dan niet plaats bij het eigen personeel, maar louter en alleen bij de uitbestede schoonmakers.

Die schoonmaakidentiteit – zo moeten de opdrachtgevers denken – is immers niet te vertrouwen. Die kun je niet vaak genoeg controleren. Een andere identiteit is echter veel belangrijker.

De vraag is simpel: Wat voor sector wil je zijn? Nemen we genoegen met alsmaar inwisselbare wapperende handjes? Of kiezen we vijftien jaar na de laatste echte innovatie – de microvezel – voor de ontwikkeling van de identiteit van het facilitaire vak?

Aanbestedingen

Ik droom van een facilitaire sector die de krankzinnige aanbestedingen vaarwel heeft gezegd. Die niet langer tegen elke prijs te verkrijgen is. Die niet langer de naar gierigheid riekende voeten van de opdrachtgevers kust, maar tot samenwerking komt met voormalige opdrachtgevers. Die het werk teruggeeft aan de werkers.

Die een loon betaalt boven de 130 procent van het wettelijk minimumloon, een goede eindejaars- én reiskostenvergoeding. Die echte sollicitatieprocedures kent, in plaats van de huidige ronselpraktijk. Die mensen niet in kleine baantjes stopt, maar écht werk met volle en zekere contracten beloont. Overdag, of op zijn minst in direct contact met de collega’s wiens werkomgeving wordt onderhouden.

Facilitaire vak

Maar het meest droom ik nog van de schoonmaker die gastheer of gastvrouw is. Opgeleid in alle facetten van het facilitaire vak. Het uithangbord van ieder gebouw. Dé belangrijkste en bekendste persoon in het gebouw. Iemand om trots op te zijn. De gastheer maakt schoon, helpt in de catering, doet onderhoud en zorgt voor het groen. Een gastheer doet en kan dat allemaal in een volledige baan.

Gastheer en gastvrouw

Weg met de vier verschillende aanbestedingen, die elke twee tot drie jaar herhaald worden. Weg met vier verschillende bedrijven die voornamelijk op prijs geselecteerd zijn. Weg met de onzichtbare muren die iedere vorm van verticale én horizontale ontwikkeling tegenhouden. Weg met het pessimistische dogma dat de schoonmaak altijd een dubbeltje zal blijven.

Retro is in. Vroeger noemden we zo iemand een conciërge. Maar gastheer of gastvrouw klinkt veel beter. Het is tijd voor nieuw optimisme. Voor een nieuwe identiteit. En die mag wat mij betreft niet vaak genoeg gecontroleerd worden.

Ron Meyer
Vakbondsbestuurder bij FNV Bondgenoten

Reageren?