Schoonmaakstakingen – één jaar later

Voorman en stakingsleider Kapi Lijfrock (Coppejans Schoonhouders) had nog nooit voor een grote groep mensen gestaan, maar sprak in februari 2010 acht honderd collega’s, de baas van de NS en de landelijke media toe. PS blikt met hem en vakbondsbestuurder Ron Meyer (FNV) terug op de stakingen en de maatschappelijke discussie die losbarstte en leidde tot een nieuw initiatief: Hago Next.

‘Anderhalf jaar geleden had ik niet gedacht dat een schoonmaakbedrijf ooit zo’n initiatief zou nemen’, reageert Ron Meyer vakbondsbestuurder bij FNV op het nieuwe initiatief van Hago: Hago Next. Een jaar na de schoonmaakstakingen nodigde het schoonmaakbedrijf branchegenoten en pers uit op ‘de plaats waar het allemaal begon’, aldus het bedrijf: in de trein op Utrecht Centraal Station.

Cao-akkoord

Hago Next is een nieuwe manier van het aanbieden van schoonmaakdiensten. Honderd procent transparant en honderd procent dagschoonmaak met ‘een gegarandeerde klant- en medewerkerstevredenheid van een acht, waarbij de winst voor het bedrijf alleen in rekening wordt gebracht wanneer de doelstellingen zijn gerealiseerd.’
PS kijkt nog één keer uitgebreid terug op de stakingen die de geschiedenisboeken ingaat als langste staking sinds 1933 en resulteerde in een cao-akkoord.

Een jaar geleden begon de officiële telling van de negen weken durende landelijke schoonmaakstakingen. Daarvoor hadden al stakingen plaatsgevonden bij individuele werkgevers. ‘Begin 2009 voerden we al actie op Schiphol voor vast werk, reiskostenvergoeding en respect,’ vertelt Ron Meyer vakbondsbestuurder bij FNV en een van de breinen achter de acties. ‘Op dat moment zijn de schoonmakers voor het eerst uit de onzichtbaarheid gestapt.’

Poetsdoek

Een aantal – vaak ludieke – acties volgde. Zo nam de baas van de NS een stuk zeep in ontvangst om de manier waarop hij met zijn personeel omging weg te poetsen, OSB-voorzitter Hans Simons kreeg tijdens een congres de Koperen Kruimeldief en er is gewerkt aan een levensgrote poetsdoek

Maar bonden en werkgevers werden het niet eens dus de acties namen toe, in hoeveelheid en in omvang. Het geheel kreeg een georganiseerd karakter. Op 23 februari hielden honderden schoonmakers een sit in op het station van Utrecht. Het was het begin van de langste staking sinds 1933. Samen met Meyer en voorman en stakingsleider Kapi Lijfrock (Coppejans Schoonhouders) blikken we terug op de vakbondscampagne ‘Schoon Genoeg’.

Opdrachtgevers

Volgens Meyer hebben twee aspecten de acties tot een succes gemaakt: het was een campagne mensen en niet alleen de werkgevers maar ook de opdrachtgevers zijn erin betrokken.

Meyer: ‘Alleen schoonmaakbazen aanspreken werkt niet. Die zitten in een ziekmakende concurrentiestrijd. Voor het eerst zijn nu ook de opdrachtgevers aangesproken, en met succes. Met het uitbesteden van hun facilitaire proces, zijn de omstandigheden voor de mensen die in deze diensten werken achteruitgegaan. Veel opdrachtgevers bekommeren zich niet meer om hun omstandigheden. Schoonmakers worden weggestopt na kantoortijden en opdrachtgevers willen voor een dubbeltje op de eerste rij. In deze prijzenoorlog stak de opdrachtgever tot nu toe zijn kop in het zand.’

Organizing

De strategie van de stakingen lijkt te zijn overgenomen van het in Amerika ontstane ‘organizing’, waarbij de nadruk ligt op actieve vakbondsleden op de werkvloer, strategisch onderzoek naar werkgevers en het betrekken van niet alleen de werkgever maar bijvoorbeeld ook de opdrachtgever en de politiek. Ook kenmerkt organizing zich door ‘creatieve en mediagenieke acties’ (Bron: Wikipedia).

Meyer heeft zelf niet zoveel met het categoriseren van de stakingen onder een bepaalde noemer. Het moet immers gaan om de inhoud: ‘Er moet geen beeld ontstaan van Amerikaanse actiestrategieën. Het benoemen van zo’n methode leidt alleen maar af’, vindt hij. Saillant detail: deze manier van actie voeren werd in de jaren tachtig in Amerika gelanceerd, óók voor de verbetering van de positie van schoonmakers.

Voorman wordt stakingsleider

Methode of niet, schoonmaakmedewerkers zijn vorig jaar definitief uit de schaduw gestapt. ‘Het was een campagne van mensen; dat heeft het verschil gemaakt’, zegt Meyer. ‘De tijd dat je lid wordt van een vakbond en dat die het wel voor je oplost, is voorbij. We zijn naar de mensen toe gegaan, we hebben discussie gevoerd: “Wat doe je er zelf aan?” “Hoe ga je op de werkvoer je eigen vakbond vormen?” De campagnestrategie is op de werkvloer tot stand gekomen. We hebben macht willen geven aan de schoonmakers. Laten zien dat ze zelf invloed hebben.’

Meyer werkt 5,5 jaar bij FNV en kreeg direct de schoonmaakbranche in zijn portefeuille. ‘Ik was daar blij mee. Het is een branche waarin nog veel werk valt te verzetten. Het is geen trucje, het is een visie op de maatschappij. Wat kunnen we doen om het beter te maken? De schoonmaker moet weer bij zijn opdrachtgever, bij het pand, gaan horen. Het moet een mens zijn.’

Kapi Lijfrock, voorman bij Coppejans Schoonhouders, had ruim een jaar geleden niet gedacht ooit een van de landelijke stakingsleiders te worden. ‘Ik wist niet dat ik zo goed kon praten,’ zegt hij daar zelf over. ‘Maar het was eigenlijk heel simpel, ik vertelde gewoon de feiten.’

Rechten

Lijfrock werkt al zeven jaar als treinschoonmaker en is nu vier jaar lid van FNV. Hij werd lid na een staking waar hij niet aan deel had genomen: ‘Daar had ik spijt van. Je moet altijd voor je rechten opkomen.’ Zijn actieve rol begon bij enkele misstanden bij op zijn eigen werkvloer, begin 2010: ‘Coppejans had net de opdracht bij Nedtrain van een ander schoonmaakbedrijf overgenomen en als gevolg daarvan waren zaken niet op orde. Zo waren er problemen met het rooster en de werkkleding. Onderliggend probleem was de gierigheid van Nedtrain.’

Op een zondagavond sprak Meyer met Lijfrock en zijn collega’s over te ondernemen acties. Het initiatief liet hij bij hen. Lijfrock: ‘Het geloof dat wij invloed zouden kunnen uitoefenen was er toen nog niet helemaal, maar groeide vanaf dat moment wel.’ Uiteindelijk kwamen hij en zijn collega’s in actie.

Toespraak

Meyer: ‘Kapi (Lijfrock, red.) en zijn collega Brahim hebben de kar getrokken. Ze hebben mensen opgepept, betrokken en overtuigd. Ze hebben zichzelf verbaasd, maar mij op geen enkele manier.’

Langzamerhand kreeg Lijfrock landelijk een steeds grotere rol, met als hoogtepunt een toespraak voor acht honderd collega’s, de media en de baas van de NS, die hij ter plekke op zijn verantwoordelijkheid aansprak: ‘Ik vroeg hem of hij vond dat schoonmakers meer zouden moeten verdienen. Hij gaf een heel lang antwoord, maar ik zei: “Het is heel simpel, u kunt de vraag met ja of nee beantwoorden.” Dat kon hij niet. Dat zei genoeg.

‘In het begin vond ik het spannend, maar als zoveel mensen achter je staan, dan krijg je kracht. En ik was zeker van mijn zaak. Er waren feiten, ik hoefde ze alleen maar te vertellen.’

‘Weer niet schoongemaakt!’

Terugkijkend is zowel Lijfrock als Meyer tevreden, maar beiden realiseren zich ook dat het hierbij niet stopt. Lijfrock: ‘We hebben gewonnen, maar de grootste verandering is in ons persoonlijk gekomen. Ons werk is belangrijk, dat ben ik gaan beseffen. Bij ons begint het. Maar we moeten alert blijven. Bedrijven blijven druk uitoefenen, ik denk niet dat het probleem ooit helemaal wordt opgelost. Daarom blijven wij voor ons recht staan.’

Meyer: ‘Voor de campagne werd nooit over de schoonmaker gesproken. Mensen op kantoor die ’s ochtends nog een koffiekring aantroffen, riepen vaak: “Weer niet schoongemaakt!” Mensen beseffen nu dat het misschien niet aan de schoonmaker ligt, maar aan hun eigen werkgever die op schoonmaakuren bezuinigt.

‘Ik hoor dat schoonmaakbedrijven achteraf blij zijn met de stakingen. Dat was een half jaar geleden wel anders. Ze zien nu dat niet de schoonmakers of de vakbonden de vijand zijn, maar de opdrachtgevers.

‘Het beste in een prijzenoorlog is alles transparant maken, dat is wat mij betreft de volgende stap. Door transparantie creëer je dat partijen aanspreekbaar zijn op hun aandeel. Naming and shaming, óók positief. Met één succesvolle campagne verandert de wereld niet. Dit was pas het begin.’

Informatie

Cao: www.ras.nl
Werknemers: www.fnvbondgenoten.nl, ‘Ik werk in’, ‘Schoonmaak’
Werkgevers: www.osb.nl
De stakingen waren aanleiding om te komen tot een sociale code; de Code Verantwoordelijk Marktgedrag. Belanghebbenden, onder wie tal van grote partijen, schaarden zich achter het initiatief om te komen tot deze code. Daarmee nemen zij hun verantwoordelijkheid voor duurzame marktcondities.

Uit: Professioneel Schoonmaken 1-2, 2011
Fotografie: Guido Koppes Fotografie

Reageren?