Glazenwassers Jaap Klaverstijn en René ter Borgh geven hun visie op de markt

Jaap Klaverstijn (Klaver Drie Dienstengroep) nam in 1997 het initiatief tot de eerste Glazenwassers & Gevelbehandelaarsvakbeurs. René ter Borgh, directeur van Ruitenheer, is hoofdsponsor van de huidige editie. De heren zijn zwagers. Beiden hebben een eigen onderhoudsbedrijf en beiden hebben een duidelijke visie op de branche.

Half mei vindt de negende Glazenwassers & Gevelbehandelaarsvakbeurs plaats. Jaap Klaverstijn van Klaver Drie Dienstengroep stond aan de wieg van deze beurs en was nauw betrokken bij de organisatie van de eerste editie, zo’n vijftien jaar geleden.

René ter Borgh, directeur van Ruitenheer, is dit keer hoofdsponsor. Beide heren hebben een onderhoudsbedrijf waar glas- en gevelonderhoud van aan de basis ligt en zijn ook nog familie van elkaar: Klaverstijn is getrouwd met de zus van Ter Borgh.

Awog

Jaap Klaverstijn is behalve ondernemer ook voorzitter van de technische commissie van Awog – Alles Weten Over Glazenwassen –, het segment binnen OSB voor glas- en gevelreinigers. Hij zit al sinds 1978 in het vak. Zijn schoonvader begon in dat jaar een eigen glazenwassersbedrijf en Klaverstijn begon in de zaak als glazenwasser. Hij had toen al verkering met zijn dochter. Jaren later – in 1983 – begon hij voor zichzelf.

Toen vader Ter Borgh in 1987 veel te jong (51) overleed, nam zijn zoon René ter Borgh de zaak over en bouwde het verder uit tot een allround onderhoudsbedrijf. Klaverstijn en Ter Borgh hebben nog altijd nauw contact.

Onderaanneming

De eerste Glazenwassers & Gevelbehandelaarsvakbeurs vond in 1997 plaats, gelijktijdig met de oprichting van Awog. Initiatiefnemer Klaverstijn: ‘Voor de schoonmaakbedrijven was er van alles. Met Awog wilden we meer aandacht voor het specialisme glazenwassen. We wilden de branche informeren over wetgeving en veilig werken. Toen al was er sprake van onderaanneming en de informatie over het vak kwam vaak niet tot de onderste laag door. De checklisten die wij toen maakten, om risico’s in kaart te brengen voor veilig werken op hoogte, zijn nog steeds de basis voor nu.’

Ook bij de totstandkoming van het opleidingscentrum in Arnhem was Klaverstijn nauw betrokken. Hij vervolgt: ‘We vergaderden met Awog in NBC in Nieuwegein. We hadden een goede relatie daar en hun hallen waren geschikt voor een wat kleinere beurs. Vandaar dat de eerste glazenwassers- en gevelbehandelaarsvakbeurs al daar werd georganiseerd.’

Hoogwerker in de kinderschoenen

Bij die eerste beurs stond werken met een hoogwerker nog in de kinderschoenen. Sindsdien is er veel veranderd en verbeterd: gevelliften, hogedrukreinigers, de wassteelmethode. Al is volgens Klaverstijn de techniek niet alleen ten goede veranderd: ‘Met de wassteelmethode is de fysieke belasting nog steeds hetzelfde door de lengte en het gewicht van de steel, en het hefboomeffect: je werkt constant met je hoofd naar boven gericht. Een ander voorbeeld is de hoogwerker; glazenwassers komen daar soms vermoeider vanaf dan van een ladder. Ze zijn minder in beweging en krijgen het daardoor koud.’

Voor Ter Borgh is de grootste verandering van de afgelopen jaren de ladder die vroeger van hout was en tegenwoordig van aluminium. Daarmee is de ladder lichter geworden. Volgens hem is de branche over het algemeen een stuk professioneler geworden: ‘Hoogwerkers waarvoor je alleen een B-rijbewijs nodig hebt komen geen 20 meter hoog meer, maar 27 meter. Glazenwassers zien er verzorgder uit, ze werken in bedrijfskleding, zijn herkenbaar en vakbekwaam en er wordt meer rekening gehouden met milieuaspecten.’

Belangenorganisatie glazenwassersbranche

Omdat glazenwassen een specialisme is – niet voor niets is tachtig tot negentig procent van hun personeel opgeleid – , hoort er een aparte belangenorganisatie voor de branche te zijn, vinden de ondernemers. Vanuit die gedachte werd Awog in 1995 ook opgericht, maar in 2002 ging de organisatie op in OSB als apart segment.

Ter Borgh had het liever anders gezien: ‘Toen Awog werd opgericht, was OSB er ook al. Wij wilden juist een eigen belangenorganisatie. De belangen van glazenwassers zijn namelijk niet altijd de belangen van schoonmaakbedrijven. Schoonmaakbedrijven zijn erbij gebaat dat glazenwassers voor weinig geld in onderaanneming blijven werken, zodat zij bij hun opdrachtgever geld op onze dienstverlening kunnen verdienen.

Facility manager

Na de overname door OSB werd de situatie weer vergelijkbaar met die van vóór de oprichting van Awog: meer aandacht voor de belangen van schoonmaakbedrijven dan voor die van glazenwassers.’

Klaverstijn: ‘In de tijd dat wij een eigen belangenorganisatie hadden, konden wij ons beter profileren als specialist en zaten we vaker rechtstreeks met de facility manager om de tafel. We hadden zeggenschap.’

Ter Borgh: ‘Onze roep is nu minder hard. Bovendien hebben schoonmaakbedrijven veel verstand van het klassieke schoonmaken, en minder van specialismen. Ieder gebouw is anders, er zijn omgevingsfactoren. Je kunt niet standaard 80 of 90 vierkante meter per uur wassen. Meer vierkante meters voor minder geld, dat is het gevolg van onderaanneming.’

Klaverstijn: ‘Voor sommige schoonmaakbedrijven geldt zelfs dat als je de onderaanneming weghaalt er een negatief rendement overblijft. Bedrijfsbureaus van grote schoonmaakondernemingen weten precies hoe ze moeten inschrijven.’

Productienormen

Facility managers weten volgens Klaverstijn en Ter Borgh te weinig van glas- en gevelreiniging. Ter Borgh: ‘Glazenwassers die door een schoonmaakbedrijf zijn ingehuurd proberen toch aan de te hoge productienormen te voldoen, want: voor hem tien anderen. Met als gevolg dat men minder tijd heeft voor het werk, wat de kwaliteit, maar ook niet de veiligheid, niet ten goede komt.’

Klaverstijn: ‘Er moet altijd een risico-inventarisatie gedaan worden, maar dat gebeurt vaak pas achteraf. Facility managers en schoonmaakbedrijven hebben ook een zorgplicht en zijn juridisch medeaansprakelijk. Dat is bij de meeste facility managers onbekend. Ze twijfelen tussen een bureaustoel van 300 of 500 euro, maar realiseren zich niet dat ze op mensen bezuinigen. Schoonmaak is nog steeds een sluitpost. Terwijl onderhoud zichzelf uiteindelijk terugverdient.’

Er zijn nu toch genoeg initiatieven die tegenwicht moeten geven aan het prijskopen in de schoonmaakbranche? Ter Borgh: ‘De initiatieven die nu in de branche worden genomen om dit te doorbreken zijn goed, maar er zijn al zoveel ideeën geweest die uiteindelijk sneuvelden in directies van grote schoonmaakbedrijven. Op papier ziet het er mooi uit maar ik heb nog nooit een eindresultaat gezien. Laten we hopen dat dat nu wel gebeurt.’

Directe samenwerking

Zowel Klaverstijn als Ter Borgh heeft besloten niet meer in onderaanneming te werken. ‘Dat is beter voor de opdrachtgever en beter voor de glazenwasser. Dat het mogelijk is, bewijzen wij elke dag.’

De heren hopen op meer facility managers die dit jaar de beurs gaan bezoeken. Ze zijn ervan overtuigd dat als zij direct met de facility manager aan tafel zitten ze hem kunnen duidelijk maken dat een directe samenwerking met een glazenwassersbedrijf van toegevoegde waarde kan zijn, en niet alleen vanwege hun specialisme.

Specialisme biedt kansen

Ter Borgh: ‘Als een opdrachtgever ons per uur hetzelfde betaalt voor glazenwassen als hij het schoonmaakbedrijf betaalt, dan krijgt hij bij ons meer waar voor zijn geld omdat er geen marge tussen zit. Het geld komt terecht waar het hoort.’

Volgens Klaverstijn liggen de kansen voor glazenwassers en gevelreinigers in het specialisme. ‘Specialisten onderscheiden zich en komen vanzelf boven drijven. Grote projecten die wij nu in beheer hebben, zou je misschien eerder verwachten bij de top tien schoonmaakbedrijven, maar voor hen is glazenwassen iets dat ze erbij doen. Zo heb ik een project overgenomen dat een groot landelijk schoonmaakbedrijf niet aan bleek te kunnen. Wij kunnen dat wel omdat onze mensen van de werkvloer komen. Goede adviesbureaus weten specialisten ook te vinden.’

Hoofdsponsor

Klaverstijn heeft aan alle edities van de beurs deelgenomen, Ter Borgh staat nu voor de derde keer op de beurs en is dit jaar hoofdsponsor geworden: ‘Met de beurs profileren we ons als gespecialiseerde branche. Dat is een van de redenen dat wij hoofdsponsor zijn geworden. Glazenwassersbedrijven komen wel eens negatief in het nieuws. Mijn bedrijf en die van vele collega’s is een mooi voorbeeld van hoe het ook kan. Dat wil ik laten zien.’

Klaverstijn is vooral blij met de aanwezigheid van de Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (Ras) en het Hoofdbedrijfschap Ambachten, waar glazenwasser nog steeds een van de 36 vertegenwoordigde ambachten is. ‘Met hun aanwezigheid blijkt maar weer dat ons werk wordt gezien als een echt vak, een ambacht. Daar ben ik heel blij mee.

Uit: Professioneel Schoonmaken 4, 2011
Fotografie: NFP Photography

Reageren?