Graffiti: kunst of vandalisme?

Iedere gemeente in Nederland heeft te maken met graffiti. De mate van overlast die wordt ervaren door de gemeente en haar inwoners, is de doorslaggevende factor om graffiti als een speerpunt binnen het gemeentelijk beleid op te nemen. Schoonmaakadviesbureau Atir deed onderzoek naar de mate van overlast bij gemeenten en naar gekozen maatregelen.

Eeuwen geleden al schreven de Romeinen uit de klassieke oudheid op hun muren en monumenten. In Rome is graffiti gevonden die de Vikingen daar hebben aangebracht. Rond 1970 nemen New Yorkse jongeren de gewoonte over van de straatjeugd uit Philadelphia om met een viltstift hun schuilnamen vliegensvlug op treinstellen en op metro’s te plaatsen. (Bron: Wikipedia). Dit was het begin van hoe wij nu graffiti kennen.

Tegenwoordig kom je ook in Nederland graffiti overal tegen. Van extreme leuzen tot vaak illegale, maar maatschappelijk geaccepteerde, kunstwerken. Toch denkt men bij graffiti over het algemeen aan straatvervuiling en overlast, en wordt deze vorm van kunstuiting veelal beoordeeld als een vorm van vandalisme.

Gemeenten

Uit cijfers van de landelijke Veiligheidsmonitor (2009) blijkt dat in Nederland gemiddeld 9 procent van de inwoners overlast ondervindt van graffiti. Amsterdam, Dordrecht, Rotterdam en Schiedam zijn de gemeenten waar de meeste overlast wordt ondervonden.

Om een duidelijker beeld te krijgen van hoe gemeenten de mate van graffiti-overlast ervaren en welk beleid er wordt toegepast om deze vorm van kunst (of: vandalisme) te reguleren, benaderde schoonmaakadviesbureau Atir vijftig grote gemeenten met een vragenlijst. Zeventien van hen werkten mee.

Bestrijding graffiti waardevol

Verantwoordelijken voor het graffitibeleid beleven de graffitioverlast over de afgelopen twee tot drie jaar als redelijk stabiel. Dit blijkt uit het aantal meldingen dat wordt geregistreerd, al is dit niet binnen alle gemeenten zo inzichtelijk gekwantificeerd.

Ook de vraag naar meetbare gevolgen van graffiti-uitingen binnen de gemeenten blijkt niet zo eenvoudig te staven. De meeste gemeenten herkennen zich in de algemeen maatschappelijke bekende gevolgen zoals inbreuk op het veiligheidsgevoel, invloed op leefomgeving, invloed op de criminaliteit en verloedering. De mate van herkenning is af te zetten tegen de mate waarin de betreffende gemeente overlast ervaart van graffitivervuiling.

Vervuiling

Unaniem zijn de gemeenten in hun motivatie om graffiti te bestrijden. Door actief te reageren op graffiti en deze binnen de vastgestelde procedures te verwijderen, wordt de graffiti-overlast beperkt. Niets doen aan graffiti nodigt uit tot verdere vervuiling. Voorbeelden van objecten waar graffiti succesvol is tegengegaan, zijn fiets- en voetgangerstunnels, parkeergarages, gemeentelijke eigendommen in winkelcentra en stadsharten.

Verwijderen graffiti

Vrijwel alle gemeenten hebben in meer of mindere mate een beleid geformuleerd in de strijd tegen graffiti. Bij het merendeel van de gemeenten beperkt zich dit enkel tot de gemeentelijke eigendommen, maar bij een aantal is er ook de mogelijkheid om als particulier de gemeente tegen betaling opdracht te geven voor het verwijderen van graffiti op eigendommen.

Een beknopte weergave van de manier waarop gemeenten hun beleid om graffiti te verwijderen, hebben vormgegeven:
1. Melding graffiti verstoringen door:
Inwoners
Surveillanceteams (politie, wijk-, parkeerbeheer)
Medewerkers gemeente (eventueel in samenwerking met een SW-bedrijf)
Specialistische teams

2. Verwijderen van graffiti door
Regulier schoonmaakbedrijf
Specialistisch bedrijf op het gebied van graffitireiniging
Eigen opgeleide specialisten (bijvoorbeeld in samenwerking met een SW-bedrijf)

3. Termijnen voor verwijdering
Extreme leuzen binnen 24 tot 48 uur na melding
Overige uitingen binnen vijf werkdagen

Anti-graffiticoatings

Aanvullend op het beleid om graffiti te verwijderen, wordt er door gemeenten ook geïnvesteerd in mogelijkheden om graffiti te voorkomen dan wel te ontmoedigen. Objecten die daartoe geschikt zijn worden voorzien van zogenaamde anti-graffiticoatings. Ook wordt bij de kleurstelling van gemeentelijke objecten vooraf nagedacht welke kleur het minst gevoelig is voor graffiti-uitingen.

Daarnaast worden locaties binnen de gemeenten aangewezen als zogenaamde gedoogplaatsen. Dit betreffen zowel tijdelijke als permanente gedoogplaatsen. Bekende voorbeelden hiervan zijn skatebanen en afzettingen van bouwterreinen. Het voordeel van dergelijke gedoogplaatsen is dat uit onderling respect, aangebrachte kunst niet snel zal worden beklad. Dit betekent niet dat deze gedoogplaatsen niet periodiek gecontroleerd dienen te worden, dit om ontoelaatbare graffiti uitingen te voorkomen.

graffiti-gedoogplaatsenVervuiling melden

Wat verder opvalt, is dat gemeenten steeds verder gaan in het digitaliseren, registreren en het meetbaar maken van de graffiti-overlast. Met de huidige technologische ontwikkelingen is er steeds meer mogelijk om dit proces te vereenvoudigen.

Zo kan het aanmelden van vervuiling bijvoorbeeld worden uitgevoerd met een PDA. De ingebouwde GPS bepaalt de locatie waar vervolgens een korte omschrijving aan wordt toegevoegd met een foto van de geconstateerde vervuiling.

Periodieke controles

De gecontracteerde partij die de vervuiling moet verwijderen, ontvangt rechtstreeks alle meldingen zodat zij het dezelfde week nog kan inplannen en schoonmaken. Na reiniging wordt wederom met een PDA een foto van het gereinigde object gemaakt en kan de klus worden opgeleverd.

Het voordeel voor de gemeente is dat zij niet ter plaatse controles hoeft uit te voeren van het opgeleverde werk. Echter, periodieke controles (door bijvoorbeeld een onafhankelijke derde) blijven noodzakelijk om na te gaan of het object ook daadwerkelijk is gereinigd en of de reiniging op de juiste wijze is uitgevoerd en voldoet aan de overeengekomen kwaliteitseisen.

Schoonmaakprogramma

Uit ervaring van de gemeenten blijkt dat wanneer men kiest voor een combinatie van handhaving van een kunstvorm én bestrijding van vandalisme, dit kan leiden tot het gewenste resultaat.

Een van deze succesverhalen is bijvoorbeeld de gemeente Leeuwarden, die in 2001 een graffitibeleid heeft vormgegeven en uitgezet. De aanpak bestaat uit een intensief schoonmaakprogramma, waardoor graffiti-uitingen op ongewenste plaatsen en objecten worden ontmoedigd en de graffitispuiters worden bestraft.

Gedoogplaatsen

Het aanwijzen van gedoogplaatsen heeft daarnaast bijgedragen aan de integrale aanpak van graffitioverlast. Deze gedoogplaatsen zijn ware ontmoetingscentra voor graffitikunstenaars geworden en bieden een platform voor deze bijzondere vorm van kunst.

Door te kijken naar een combinatie van graffitibestrijdingsmogelijkheden en het stimuleren van graffitikunst neemt het aantal verstoringen met succes af. Een onafhankelijke derde kan die mogelijkheden inzichtelijk maken en het traject begeleiden tot het gewenste resultaat is bereikt.

Onderzoek

Atir benaderde vijftig gemeenten met vragen over hun beleid op het gebied van graffiti. Zeventien van hen namen deel aan een onderzoek met de volgende vragen:
1. Ervaart u graffiti als een probleem in uw gemeente?
a. Is het de afgelopen jaren een groter of kleiner probleem geworden? Waarom?
2. Welke meetbare gevolgen heeft graffiti(overlast) in uw gemeente? (bijvoorbeeld inbreuk op het veiligheidsgevoel, invloed op criminaliteit, leefbaarheid van de omgeving, verloedering, et cetera).
3. Heeft u als gemeente een beleid betreffende graffitibestrijding?
a. Zo ja, wat is het beleid? (Wie signaleert bijvoorbeeld?)
i. Onderneemt u ook preventieve acties om graffiti te voorkomen (bijvoorbeeld het aanbrengen van graffiticoating, et cetera)?
ii. Zijn er binnen uw gemeente plaatsen aangewezen waar graffiti is toegestaan (zogenoemde gedoogplaatsen)?
iii. Wie voert het beleid uit? (met behulp van een specialistisch bedrijf of het algemeen schoonmaakbedrijf)
b. Zo nee, waarom niet? (wat zijn de redenen)
4. Hoe ervaart u de kosten voor verwijdering van de graffiti (te hoog of passend voor de problematiek)

Uit: Professioneel Schoonmaken 4, 2011
Tekst Daphne Prins, assistent adviseur bij schoonmaakadviesbureau Atir, adviseur voor overheidsorganisaties, onderwijsinstellingen en profit-organisaties op het gebied van schoonmaakonderhoud.
Foto’s: 3XAplus H. van der IEST

Reageren?