228.00 banen voor het oprapen?

Steph Feijen Vebego

Na veel negatieve berichten wordt het nieuws rondom de economie langzaam positiever. Vebego kwam met een wel heel opvallend bericht: ‘228.000 banen liggen voor het oprapen’. StephFeijen, lid van de raad van bestuur van het bedrijf, licht toe.Steph Feijen Vebego

In politiek Den Haag sloot men halverwege oktober een akkoord waarin 50.000 nieuwe banen tot 2050 een onderdeel waren. De ruim vier keer zo veel banen waar Vebego over spreekt lijken dan een utopie. Toch is het getal te onderbouwen, Vebego liet adviesbureau PwC onderzoeken wat het effect van het invoeren van het Belgische systeem voor dienstencheques in Nederland zou kunnen betekenen. Het onderzoeksrapport stemt positief. Steph Feijen, lid van de Raad van bestuur van het familiebedrijf licht het getal van 228.000 en het onderzoek toe.

Dienstencheques

Vebego is behalve in Nederland, ook actief op de Belgische markt, daar wordt al sinds 2004 gebruik gemaakt van het systeem van dienstencheques. Het doel van dit systeem was tweeledig, enerzijds moet het (vooral) laaggeschoolden uit de werkloosheid halen, anderzijds moet het zwartwerk terugdringen. In België kunnen particulieren dienstencheques aankopen voor 8,50 euro. Dit bedrag staat gelijk aan een uur werk. Afhankelijk van de gezinssituatie kan een huishouden tussen de 500 en 1000 stuks per kalenderjaar afnemen. Het aanschaffen van de cheques is deels van de belasting aftrekbaar, waardoor men slechts 5,95 euro per uur kwijt is. De dienstencheques kunnen centraal ingekocht worden, en ingewisseld worden bij verschillende dienstenchequebedrijven. In de praktijk zijn dit vaak uitzendbureaus. Randstad is op dit gebied een grote partij in België, maar ook (schoonmaak)dienstverleners als Gom en Vebego zijn op dit gebied actief. De cheques kunnen ingezet worden voor relatief eenvoudig werk als schoonmaken, wassen, bereiden van maaltijden, et cetera.

Nieuwe banen

Op dit moment telt België volgens het rapport zo’n 2400 bedrijven in deze sector die aan 160.000 personen werk bieden voor ruim 800.000 particuliere klanten. De dienstencheque-bedrijven kunnen de door hen geïnde cheques weer inleveren en ontvangen daar momenteel 22 euro voor. Feijen is positief over de resultaten in België: ‘De ervaring in België leert dat het systeem snel veel nieuwe banen oplevert
en dat het bovendien zwartwerk terugdringt. Het mes snijdt aan twee kanten.’

Verbeelding

De feiten en cijfers in België spreken tot de verbeelding. Het is dan ook helemaal geen rare gedachte om te onderzoeken wat de effecten van het systeem in Nederland zouden kunnen zijn. Feijen: ‘228,000 klinkt enorm, maar is goed te onderbouwen. Het is niet zo dat wij de Belgische situatie gekopieerd hebben naar Nederland. Wij hebben echt gekeken naar de onze economie en de resultaten die in België zijn bereikt geëxtrapoleerd.’ De lezing van Feijen valt ook uit het rapport te halen. Onderzoekers stelden vast dat op dit moment 20 procent van de huishoudens een externe huishoudelijke hulp heeft. In de huidige situatie is een groot deel hiervan, naar schatting 70 procent, op dit moment zwarte arbeid. Verder is men ervan uitgegaan dat de prijselasticiteit voor deze diensten vergelijkbaar is met België. Op basis daarvan kan worden gesteld dat in de Nederlandse situatie naar schatting 1,3 miljoen particuliere gebruikers dienstencheques zouden inkopen. Feijen: ’Ik snap eigenlijk niet waarom dit systeem niet eerder in ons land is ingevoerd.

Impuls voor de economie

Een van de conclusies is dat ongeveer 50 procent van deze banen ingevuld zal worden door mensen die momenteel een ww-uitkering hebben. Er komen dus 100.000 nieuwe banen bij. 49 procent van de invulling zal worden gedaan door mensen die uit een andere baan komen of die uit het zwarte circuit komen. Ook dat levert de economie een enorme impuls op.’ Het rapport levert nog meer cijfers op die tot de verbeelding spreken. Zo valt te lezen dat het systeem ‘potentieel de werkloosheid van laag- en middengeschoolde vrouwen terug zou kunnen brengen tot een lager niveau dan voor de economische crisis’.

Kosten

Het rapport is onverdeeld positief. Het invoeren levert de Nederlandse economie veel op, maar wat kost het nu eigenlijk? In het onderzoeksrapport wordt gesteld dat de jaarlijkse investeringen door de overheid kunnen oplopen tot 1,9 miljard euro, dit staat gelijk aan ongeveer 8,500 euro per gecreëerde baan. Feijen: ‘Op basis van de huidige schattingen betaalt het systeem zich voor 78 procent terug. Hierbij gaat men er, zoals eerder gezegd, vanuit dat de helft van de gecreëerde banen ingevuld worden door mensen die uit een uitkeringssituatie komen. ‘Ik denk zelf dat de werkelijke impact nog groter kan zijn, omdat het een enorm positieve impuls geeft. Bovendien kan het nog positiever uitpakken op het moment dat er meer instroom vanuit de ww-uitkering plaatsvindt. Als er tien procent meer banen worden ingevuld door mensen die vanuit een uitkeringssituatie komen is het systeem kostendekkend.’

Besparing op uitkeringen

Het systeem vergt dus een investering, maar dit bestaat voor een groot deel uit geld dat momenteel al uitgegeven wordt aan bijvoorbeeld uitkeringen. De baten worden gegenereerd uit extra belastinginkomsten, maar ook op basis van besparing op uitkeringen. Feijen vindt het bedrag van 1,9 miljard dan ook meevallen:
‘Als je kijkt naar het systeem van de Melkert-banen (waarbij bedrijven met subsidie iemand met een uitkering konden aannemen, red), dan valt het erg mee. Dat systeem leverde minder op en koste per baan meer. dan dit plan. Per saldo kost dit hele plan 418 miljoen. Zonder terugverdieneffecten.’ De lezing van Feijen wordt onderschreven door het rapport, de Melkert-banen leverden tot 2001 zo’n 90.000 banen op, de bruto kosten per baan waren ruim 16.000 euro. Dat is bijna twee keer zo veel als de 8.500 euro die een baan als het gevolg van het systeem voor dienstencheques kost. En dat bedrag is zonder terugverdieneffecten mee te rekenen.
Volgens Feijen is er een wezenlijk verschil tussen Melkert-banen en het dienstenchequesysteem: ‘Melkert-banen waren gebaseerd op een subsidie, het systeem waar wij nu voor pleiten en wat in België zo succesvol is, levert eigenlijk zelfstandig toegevoegde waarde aan onze economie.’

Kansen

Het systeem kan voor medewerkers ook een nieuwe stap op de maatschappelijke ladder betekenen. Feijen: ‘In België stroomt 20 procent van de mensen die deze dienstencheque-diensten verlenen uiteindelijk door naar een andere baan.’ Dat getal lijkt misschien niet heel hoog, maar zoals Feijen zegt: ‘Niet iedereen is gebrand op een carrière, veel mensen zijn tevreden met de stabiele situatie waarin zij zitten of door dit systeem in terechtkomen.’ Het rapport heeft in ieder geval effect gehad, GroenLinks stelde er Kamervragen over, gesteld en minister van Sociale Zaken Asscher heeft aangegeven verder onderzoek te gaan doen. Maar ook Vebego zit niet stil: ‘Wij willen verschillende partijen aan tafel krijgen om van werkgever- en werknemerskant de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Vanuit OSB is al enthousiasme getoond en ook FNV is positief. Verder zou het mooi zijn om VNO/NCW en de Branchevereniging voor uitzendondernemingen ABU aan tafel te krijgen. Op die manier kan men moeilijk om dit idee heen en met deze partijen is het ook voldoende groot om de werkgelegenheid en economie een positieve impuls te geven. En dat is een geluid waar iedereen op zit te wachten.’

Meer onderzoek nodig

Het rapport vormt dus een eerste aanzet tot de invoering van een dergelijk systeem, maar onderzoekers van PwC stellen dat er wel verder onderzoek nodig is om meer te weten te komen over de effecten. Zij adviseren dan ook verder onderzoek te doen naar de volgende zaken:

  • aanscherping van de analyse naar de Nederlandse situatie
  • maatregelen om de kosten voor de overheid verder te verlagen
  • het effect van het stelsel op de transitie van onofficiële arbeid naar officiële arbeid
  • aan te bieden diensten

De resultaten van het onderzoek, de reactie van uit de markt – zowel vanuit werkgevers als werknemers – en de eerste geluiden vanuit de politiek zijn positief.

Reageren?