Arbo-cao voor duurzaam personeelsbeleid

Theo Bosma (Ras) over arbeidsomstandigheden en het voorkomen van verzuim

De schoonmaak- en glazenwassersbranche is een van de weinige sectoren met een aparte arbo-cao. Deze cao gaat niet alleen over werken met microvezel en ergonomisch stofzuigen. De arbo-cao biedt ook een leidraad voor een duurzaam personeelsbeleid. We spraken met Theo Bosma, beleidsmedewerkster Arbeidsomstandigheden bij de Ras, over hoe bedrijven invulling kunnen geven aan investeren in mensen.

‘Laatst kreeg ik een casus voorgelegd over een meningsverschil tussen een werkgever en een werknemer over de tijd die het kost om de werkkleding aan te trekken, en of dit binnen werktijd viel. Zo’n discussie zegt mij dat hier geen sprake is van een betrokken samenwerking, want dan zou daar niet eens over gesproken worden’, zegt Theo Bosma, beleidsmedewerkster Arbeidsomstandigheden bij de Ras.

‘Het gaat hier niet om het omkleden. Er zit meer achter.’ Volgens haar dragen goede afspraken en goed luisteren naar medewerkers eraan bij dat ze een stap harder zetten en gezonder zijn.

Personeelsbeleid minste aandacht

De Ras – Raad voor Arbeidsverhoudingen voor de Schoonmaak- en Glazenwassersbranche – is opgericht door de sociale partners verbonden aan de cao voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf. Belangrijke taak is het naleven en toepassen van de cao-afspraken.

Van de drie p’s – people, planet en profit – lijkt een duurzaam personeelsbeleid nog altijd de minste aandacht te krijgen. En dat terwijl de schoonmaakbranche het van de medewerkers op de werkvloer moet hebben. Maar personeelsbeleid is weinig concreet. Het zijn geen zwarte (of rode) cijfers en het is geen energiebesparende schrob-zuigmachine. Dus hoe geef je daar invulling aan?

Arbo-cao niet gebruikelijk

OSB, CNV en FNV sloten in 2006 de eerste cao Arbeid en Gezondheid voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf af. Een aparte arbo-cao dus, losstaand van de ‘gewone’ cao. ‘Dat is niet gebruikelijk’, legt Bosma uit. ‘De aparte cao laat zien dat er veel aandacht is voor arbeidsomstandigheden. Vroeger waren de omstandigheden zwaar, daarom is er vanuit sociale partners veel aandacht gekomen voor verbetering.

‘De arbo-cao is tot stand gekomen in het vacuüm dat ontstond na het aflopen van het arboconvenant’, zegt Bosma. ‘Vroeger had je het arboconvenant; afspraken tussen verschillende partijen, gesponsord door de overheid. Die liep in 2007 af en in veel sectoren moesten toen arbo-afspraken worden gemaakt in de reguliere cao. Daar gaat tijd overheen. Toen hebben de sociale partners de Arbocatalogus Schoonmaak- en Glazenwassersbranche ontwikkeld.’

Arbocatalogus

De Arbocatalogus is een overkoepelend orgaan voor de arbo-cao, de risicoinventarisatie en -evaluatie (met aandacht voor veilig werken op hoogte), de Stoffenmanager Schoonmaak en de website zowerkjeprettiger.nl.

‘De arbo-cao is bindend. Het is in de praktijk mogelijk de arbocatalogus niet te volgen. Maar dan moet de werkgever aantonen dat de gevolgde werkwijze ten minste hetzelfde beschermingsniveau biedt.’ De catalogus heeft een langere looptijd dan de gewone cao, van 2008 tot 2012, omdat deze minder vaak hoeft te worden herzien.’

Aanpak werkgevers verschilt

Theo Bosma begon haar loopbaan als ergotherapeut. Een ergotherapeut helpt mensen die door lichamelijke of emotionele problemen beperkingen ondervinden, bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Daarna had ze verschillende functies op het gebied van arbo en milieu. Ze voltooide de opleiding Personeel en Arbeid en koos vervolgens vorig jaar voor een baan buiten de zorg toen ze bij de Ras solliciteerde.

Bosma: ‘Wat mij in de schoonmaakbranche is opgevallen, is dat op het gebied van arbo veel nog niet bekend is. Er zijn grote verschillen tussen de aanpak van werkgevers. Sommigen zijn heel netjes; anderen minder netjes.’

Werkomstandigheden

‘Laatst werd ik gebeld door een werkgever met de vraag of hij aan zijn medewerkers mag vragen om naast het schoonmaakwerk, ook de kliko buiten te zetten en aan welke voorwaarden hij dan moet voldoen. Dat is voor mij een teken dat hij in ieder geval bewust met arbobeleid bezig is. Hij heeft oog voor werkomstandigheden en is bereid deze te verbeteren.’

Een aparte arbo-cao is voor de schoonmaakbranche belangrijk omdat een relatief grote groep mensen in deze sector niet gewend is om voor zichzelf op te komen. ‘De taal of cultuur speelt daarin mogelijk een rol. Het is daarom goed om afspraken te maken; rechten en plichten moeten duidelijk zijn. Ik heb het gevoel dat die nog bij te weinig werkgevers en werknemers niet bekend zijn. Er zijn wel projecten geweest om een goed arbobeleid onder de aandacht te brengen, maar arbo is geen project. Een project eindigt. Dit moet continu onder de aandacht zijn. Het is daarom goed dat Ras nu mensen in dienst heeft genomen om die continuïteit te waarborgen.’

Risico Inventarisatie & Evaluatie

In de Arbocatalogus en de arbo-cao die daar onderdeel van is, is aandacht voor werkhouding, handeczeem, moppen en hogedrukreiniging. Maar ook voor werkdruk, klachtenregeling, werkoverleg, de cursus Coachend Leidinggeven voor direct leidinggevenden, en ongewenst gedrag.

Werkgevers hebben verschillende instrumenten om bij hun medewerkers te meten hoe zij het werk ervaren. Bosma: ‘De werkdrukmeter is een instrument om bij een medewerker te meten hoe hij de werkdruk ervaart. Deze wordt nu vaak ingezet bij uiterste gevallen, alleen als het echt niet meer gaat. Nadeel is dat voor veel schoonmakers de werkdrukmeter – een lijst met vragen – niet laagdrempelig is.’

Risico’s

Een medewerkertevredenheidonderzoek kan een manier zijn om ieders tevredenheid te meten. Maar is dat haalbaar binnen deze doelgroep? Bosma: ‘Wat kost het wat levert het op? Want je hebt daarmee nog geen verbetering.’

Om invulling te geven aan een goed arbobeleid ben je volgens Bosma met het opvolgen van de (verplichte) ri&e al een heel eind. ‘Als je dat goed op orde hebt weet je ook al veel van de risico’s. Een kwestie van de huidige afspraken kennen en naleven. En als je er zo actief mee bezig bent, dan weet je vanzelf ook wel wat je kunt verbeteren.’

Sociale aspecten

Op dit moment bekijkt Ras hoe de ri&e verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door ook sociale aspecten op te nemen. ‘Die zitten er nog te weinig in. Omgaan met fysieke belasting ligt in de schoonmaakbranche voor de hand, maar goede communicatie, het inwerken van een nieuwe medewerker, hoe ga je met elkaar om; is minimaal zo belangrijk. Samen met een klankbordgroep werken we aan een nieuwe versie van de digitale ri&e, die in de tweede helft van dit jaar af moet zijn.’

Objectleiders

In het artikel ‘De telefoon staat dag en nacht aan’ PS 3/2011, pagina 36) bleek al dat objectleiders en rayonmanagers een cruciale rol in het werkproces spelen en ook nu weer blijken ze de spil. Dat vindt Bosma tenminste: ‘De direct-leidinggevende heeft veel invloed. Wat gebeurt er op de werkvloer? Hoe gaan mensen met elkaar om? Hoe maken ze gebruik van middelen en materialen? Is er sprake van ongewenst gedrag? Met meerdere nationaliteiten kan wat voor de één gewoon is, voor de ander niet prettig zijn. De objectleider ziet wat er speelt. Vandaar dat de cursus Coachend leidinggeven verplicht is om aan te bieden en een recht van de werknemer, in dit geval de direct leidinggevende.’

Rechten en plichten schoonmaakmedewerker

Maar een werknemer heeft ook een eigen verantwoordelijkheid en daarmee plichten naar de werkgever. Hij is er zelf verantwoordelijk voor om te werken met de middelen en materialen die tot zijn beschikking zijn en hij dient te werken volgens de instructies die hij krijgt. Ook moet hij dingen die niet goed gaan melden en aangeven waar verbetermogelijkheden zijn.

Bosma: ‘Medewerkers denken snel: “Ik zeg niets want er verandert toch nooit iets”. Maar tijdens het werkoverleg, dat de werkgever verplicht is te organiseren, is het de plicht van een werknemer om misstanden te melden.

‘Ten slotte moet de opdrachtgever van het schoonmaakbedrijf ervoor zorgen dat de derde partij verantwoord kan werken. Hij moet voorlichting geven over de werksituatie en ervoor zorgen dat zijn personeel bijvoorbeeld geen ongewenst gedrag vertoont jegens het schoonmaakpersoneel.’

Morele verantwoordelijkheid

‘Goede arbo-omstandigheden betekenen niet alleen minder verzuim, maar ook bevlogener medewerkers en meer productiviteit’, besluit Bosma. ‘Ik zou wensen dat een werkgever het belang van goede arbeidsomstandigheden voelt. Geen loze kreten of wettelijke verplichting; het is beter voor iedereen, ook voor de werkgever. Het is je morele verantwoordelijkheid. Het is fatsoenlijk met elkaar omgaan. Het is menselijk. Het is naar elkaar luisteren en elkaar tegemoet komen. Zoals je in het dagelijks leven ook met elkaar omgaat.’

Uit: Professioneel Schoonmaken 5, 2011
Forografie: Levin den Boer – persfoto.nu

Reageren?